95

Handhaving

De situatie
Door de grote hoeveelheid regelgeving heeft de horeca te maken met relatief veel toezicht, handhaving en toe- zichthouders. Aan veel knelpunten is de afgelopen jaren gewerkt in samenwerking met rijksinspecties en lokale en regionale toezichthouders. Mede hierdoor werken rijksinspecties inmiddels met zogenaamde ‘inspectievakanties’ voor bedrijven die hebben aangetoond zich doorgaans netjes aan de wet te houden. Ook bij risicogestuurd toezicht zijn stappen gezet met de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA).

Op een aantal beleidsterreinen wordt toezicht regionaal gebundeld (Regionale Omgevings Diensten, RUD’s). Tegelijkertijd worden er ook zaken gedecentraliseerd (toezicht op de Drank- en Horecawet) en worden onder de noemer ‘horizontaal toezicht’ taken geprivatiseerd (erkenningsregelingen en certificaten). Voor grotere horecabedrijven is dit aantrekkelijk; voor kleinschalige (ambachtelijke) bedrijven vaak niet: het leidt tot verhoging van kosten en minder keuzevrijheid van ondernemers.
De ontwikkeling van een digitale inspectieomgeving loopt zeer moeizaam.

KHN-standpunt
Toezicht op horecabedrijven moet op risico gebaseerd en kennisgedreven zijn. Inspecties moeten efficiënt samenwerken. Anders gezegd: efficiënt toezicht bij goede, betrouwbare bedrijven en effectieve handhaving bij slechte bedrijven.

Verder wil KHN:

  • Dat bedrijven een risicoprofiel krijgen op basis van hun inspectiehistorie.
  • Het Ondernemingsdossier/MijnOverheidvoorBedrijven als basisvoorziening.
  • Overdracht van inspecties bij goede, niet complexe horecabedrijven (1 inspecteur).
  • Inspectievakantie voor ondernemers die structureel goed scoren.
  • Duidelijke handvatten en richtlijnen voor lokale inspecties, zeker bij medebewindtaken (lokale overheid voert uit met toezicht van Rijksoverheid).
  • Verbetering van lokaal toezicht met het VNG-programma ‘Beter en Concreter’.
Terug