Vorig jaar kondigde de minister van OCW het voornemen aan om de subsidie praktijkleren ingrijpend te korten. Veel horecaleerbedrijven maken gebruik van deze regeling die een tegemoetkoming is voor het begeleiden van leerlingen in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Gelukkig is die korting, na intensieve lobby door o.a. KHN teruggebracht tot een beperkte bezuiniging. Maar daarmee is het voornemen nog niet definitief van de baan...

Om het nut van de BBL en de subsidieregeling nog beter te kunnen onderbouwen en zo sterker te staan als de subsidie opnieuw ter discussie wordt gesteld, onderzochten KHN en 19 andere brancheverenigingen het maatschappelijk rendement van de opleiding en de subsidieregeling. Conclusie: de overheid zelf zou zelf de grootste verliezer zijn als de subsidieregeling zou verdwijnen.

Conclusie onderzoek

Vrijwel alle maatschappelijke partijen profiteren van het bestaan van de BBL-opleiding: zowel werkgevers, BBL-studenten, als de overheid. Maar het is de overheid zelf die het meeste profiteert, zelfs als je de kosten die overheid maakt voor de subsidie praktijkleren meeneemt: 962 miljoen euro op een totaal van 1393 miljoen euro aan maatschappelijke waarde per jaar (69 procent).

BBL-studenten hebben gedurende hun carrière gemiddeld meer netto inkomsten door het BBL-diploma en kennen een jaarlijks voordeel van gemiddeld 308 miljoen euro (22 procent van het totale saldo).

In verhouding daarmee profiteert het bedrijfsleven nog het minst van de BBL-opleiding, namelijk 124 miljoen euro per jaar (9 procent van het totale saldo). Dat komt doordat tegenover een hogere productie en winst substantiële kosten voor de begeleiding van BBL-studenten staan.

Verhoging bedrag levert meer studenten op

Gelet op deze verdeling van kosten en baten over de verschillende maatschappelijke partijen, is er voor de overheid alle reden om de BBL-opleiding te financieren én subsidiëren. De baten van de BBL-opleiding wegen voor de overheid ruimschoots op tegen de kosten ervan. Afschaffing van de subsidieregeling Praktijkleren zou bedrijven stimuleren om naar goedkopere vormen van opleiden te zoeken, die maatschappelijk minder opbrengen. Verhoging van het bedrag zou juist meer bedrijven kunnen stimuleren om (meer) BBL-studenten op te leveren.

Iedereen profiteert dus van de BBL

Hoewel leerbedrijven voordelen hebben van de BBL in de vorm van onder andere een substantiële productiebijdrage door BBL-studenten (ze werken immers mee), komen tegelijkertijd veel baten van de BBL buiten het bedrijfsleven terecht. Bijvoorbeeld omdat een gediplomeerd bbl-er een grotere kans op werk heeft, meer belasting betaalt en minder snel in een uitkeringssituatie terecht komt.

Over de BBL

In Nederland volgden in studiejaar 2018-2019 over alle branches heen ongeveer 120 duizend mbo-studenten een opleiding via de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) op niveau 2, 3 of 4. De BBL bestaat uit een combinatie van werken en leren. De student is in dienst van een erkend leerbedrijf en volgt daarnaast een mbo-opleiding. Meestal werkt de BBL-student vier dagen bij zijn leerbaan en gaat een dag in de week naar school.