Download de gratis KHN App

Welke verplichtingen heeft u als uw medewerker ziek is?

De spelregels voor ziekteverzuim zijn de laatste jaren veranderd. De rechten en plichten van u én uw medewerker bij ziekteverzuim zijn sinds de invoering van de Wet verbetering poortwachter aangescherpt. KHN zet de stappen voor u op een rij.

De Wet verbetering poortwachter is vooral van belang bij (dreigend) langdurig ziekteverzuim. UWV toetst bij de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsuitkering of er voldoende activiteiten voor re-integratie zijn ondernomen.

De eisen
Om aan de eisen van de Wet verbetering poortwachter te voldoen, moet u bij een ziekmelding aan een aantal eisen voldoen om extra loondoorbetalingen te voorkomen. KHN zet de stappen voor u op een rij:

Wanneer?  Wat moet er gebeuren? 
 Dag 1 Ziekmelding doorgeven aan de Arbo-dienst
 Week 6 Probleemanalyse door de Arbo-dienst (reden en duur verzuim, 
re-integratiemogelijkheden)
 Week 8 Plan van aanpak (wat is er nodig om de medewerker aan het werk te krijgen?)
  Bespreek iedere zes weken de voortgang van de arbeidsongeschiktheid met de medewerker. Onderdeel van het re-integratie dossier.
Week 35 Actueel oordeel Arbo-dienst, evaluatie plan van aanpak
Week 42 Ziekmelding doorgeven aan UWV
Week 52 Opstellen eerstejaarsevaluatie
Week 88 Opstellen re-integratieverslag (RIV)
Week 90 Aanvraag Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) door de medewerker
Week 104 Einde loondoorbetalingsverplichting, tenzij loonsanctie


Wat is een loonsanctie?

Als het UWV oordeelt dat u als werkgever niet voldoende aan de re-integratie van uw medewerker heeft gedaan, dan kan het UWV u een zogenaamde loonsanctie opleggen. Dit betekent dat u langer dan twee jaar het loon moet doorbetalen én uw re-integratie-inspanningen moet voortzetten voor de duur van de loonsanctie. De loonsanctie kan maximaal één jaar duren. In de periode waarvoor de loonsanctie is opgelegd, moet u alsnog de inspanningen verrichten die volgens het UWV te weinig zijn geweest. Deze inspanningen zijn omschreven in de beschikking waarin de loonsanctie aan u is medegedeeld. Zodra deze inspanningen zijn verricht, kunt u een verzoek doen om opheffing van de loonsanctie. Tijdens de looptijd van de loonsanctie blijft het opzegverbod tijdens ziekte ook van kracht. 

Opzegverbod
Wanneer uw medewerker niet in staat is om zijn werkzaamheden te verrichten als gevolg van ziekte, kunt u de arbeidsovereenkomst niet opzeggen. Dit opzegverbod geldt in principe voor 104 weken. Indien het UWV een loonsanctie oplegt, wordt het opzegverbod verlengd voor de duur van de loonsanctie. Overigens stopt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd meestal van rechtswege. Bij ziekte bent u dus niet verplicht dit contract te verlengen.

Transitievergoeding
Na beëindiging van het dienstverband met uw zieke medewerker op uw initiatief heeft ook de zieke medewerker recht op een transitievergoeding als het dienstverband 24 maanden of langer heeft geduurd. De periode van ziekte telt mee bij de berekening van de hoogte van de transitievergoeding. De formule:

De eerste 10 jaar van het dienstverband: 1/6 maandloon per gewerkt halfjaar
Daarna: ¼ maandloon per gewerkt halfjaar.

Let op!
Wanneer de periode van het opzegverbod voorbij is en de loondoorbetalingsplicht is gestopt, eindigt de arbeidsovereenkomst NIET automatisch. Deze moet u zelf actief beëindigen. Doet u dit niet, dan ontstaat er een ‘slapend dienstverband’. Er worden geen werkzaamheden verricht, maar het dienstverband loopt door omdat het contract nooit beëindigd is. Dit betekent dat een medewerker op een later tijdstip bij u kan aankloppen en zich beschikbaar kan stellen om de werkzaamheden te hervatten. Vergeet dus niet de arbeidsovereenkomst te beëindigen!

Terug
Vraag & antwoord

Wat zijn de regels rondom ouderschapsverlof?

Wanneer heeft een medewerker recht op ouderschapsverlof? Mag u een aanvraag ook weigeren? En hoe zit het bij meerdere kinderen? KHN zet alle vragen en antwoorden op een rij.


Een medewerker kan ouderschapsverlof opnemen voor kinderen tot 8 jaar. Beide ouders hebben recht op ouderschapsverlof. Dit geldt voor eigen kinderen, adoptiekinderen of erkende kinderen. Ook is dit van toepassing voor pleegkinderen, stiefkinderen of aspirant-adoptiekinderen die bij de medewerker wonen volgens de basisregistratie personen.

Hoeveel uren ouderschapsverlof moet ik geven?

Per kind is recht op ouderschapsverlof van 26 keer het aantal uren dat de medewerker per week werkt. Dit betekent als een medewerker 38 uur per week werkzaam is, er in totaal recht is op 988 uren ouderschapsverlof.

Hoe werkt het aanvragen van ouderschapsverlof?

De medewerker moet het ouderschapsverlof, ten minste twee maanden voordat het verlof ingaat, schriftelijk bij u aanvragen. Dit kan ook al direct bij indiensttreding. De medewerker mag zelf bepalen hoe en wanneer het verlof opgenomen wordt en dient dit in het verzoek aan te geven. Dit kan betekenen dat de medewerker bijvoorbeeld alle uren aaneengesloten in één keer volledig wil opnemen of eerst een paar weken verlof opneemt en later gedurende de periode tot 8 jaar de rest opneemt. Uw medewerker kan er ook voor kiezen om de uren te spreiden en wekelijks een aantal uren op te nemen.

Mag ik ouderschapsverlof weigeren?

In principe mag u de aanvraag voor ouderschapsverlof niet weigeren. Dit mag alleen als het verlof uw bedrijf ernstig in problemen brengt vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. In dat geval kunt u in overleg met de medewerker een andere verdeling van de verlofuren afspreken. Dit kan tot vier weken voor de ingangsdatum van het ouderschapsverlof. Echter is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen niet snel sprake. Als het lastig of duur is om vervanging te regelen wordt dit bijvoorbeeld niet gezien als een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Hetzelfde geldt als projecten komen stil te liggen of als er op grond van afspraken met de ondernemingsraad een bepaalde minimum werkweek geldt.

Hoe zit het bij meerdere kinderen?

Uw medewerker kan voor meerdere kinderen tegelijk ouderschapsverlof opnemen en hoeft dus niet eerst het verlof voor één kind op te maken voor het verlof van een ander kind begint. Bij een tweeling heeft medewerker recht op twee keer ouderschapsverlof.

En met vakantie-opbouw?

Het wettelijk ouderschapsverlofrecht is onbetaald. Daarover wordt dan ook geen vakantie opgebouwd.

En bij ziekte?

Als de medewerker nog werkt naast het ouderschapsverlof en ziek wordt, dan betaalt u alleen de uren die uw medewerker zou werken. Het verlof loopt gewoon door, ook als uw medewerker ziek is door zwangerschap of bevalling.

Einde ouderschapsverlof

Na de periode van ouderschapsverlof heeft uw medewerker weer recht op zijn of haar volledige arbeidsduur per week.

Bent u verplicht om een contract te sluiten met een arbodienstverlener?

Vanaf 1 juli 2017 verandert de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet). Ook wijzigen dan de voorwaarden voor arbozorg en preventie. Wat betekent dat voor u? En is een contract dan verplicht?

Om werkgevers en werknemers meer te betrekken bij het arbobeleid verandert de Arbowet met ingang van 1 juli 2017. De drie belangrijkste wijzigingen voor horecawerkgevers zijn: de invoering van het basiscontract, de eisen beroepsuitoefening arbodienstverleners en de positie van de preventiemedewerker. Vanaf 1 juli 2017 heeft u nog één jaar de tijd om de contracten en afspraken met de arbodienstverlener aan te passen volgens de wetswijzigingen. 

Voorkom een boete

De Inspectie SZW kan vanaf 1 juli 2018 een boete opleggen aan een bedrijf waarvan het contract met de arbodienstverlener niet voldoet aan de wettelijke eisen. Voorkom een boete en zorg dat u uw contract met uw arbodienstverlener op tijd op orde heeft. Aanpassen kan door middel van een aanvulling op het bestaande contract of door een nieuw contract af te sluiten.

Invoering verplicht basiscontract

Eén van de belangrijkste wijzigingen is de invoering van het basiscontract. U bent verplicht om u bij de volgende werkzaamheden te laten ondersteunen door een arbodienstverlener en hier een basiscontract voor op te stellen:

  1. Deskundige begeleiding bij ziekte;
  2. Het toetsen van de risico-inventarisatie en -evaluatie;
  3. Het aanbieden van een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek aan uw werknemers. Dit onderzoek is erop gericht de (gezondheid)risico’s die de arbeid met zich meebrengt zoveel mogelijk te voorkomen/te beperken.
  4. Het aanbieden van een preventief spreekuur. De werknemer moet de mogelijkheid hebben om op eigen initiatief, ook al is er geen sprake van verzuim, naar de bedrijfsarts te gaan.

Eisen beroepsuitoefening arbodienstverleners

Daarnaast worden er vanaf 1 juli 2017 eisen gesteld aan de beroepsuitoefening door de arbodienstverleners en bedrijfsartsen. Voor u als werkgever zijn de volgende punten belangrijk en die moeten ook terug komen in het basiscontract met de arbodienstverlener:

  1. De bedrijfsarts moet in de gelegenheid zijn om de werkplek te bezoeken indien hij dat nodig vindt;
  2. De werknemer moet de mogelijkheid hebben een ‘second opinion’ aan te vragen bij een andere bedrijfsarts. Het deskundigenoordeel bij het UWV blijft ook nog steeds mogelijk;
  3. De bedrijfsarts moet een klachtenprocedure hebben;
  4. De bedrijfsarts (en de andere arbodeskundigen) moeten kunnen overleggen met de werknemersvertegenwoordiging. 

Preventiemedewerker duidelijkere rol

Elk bedrijf moet, nu al en ook als de Arbowet wijzigt, ten minste één werknemer aanwijzen als preventiemedewerker. Bij een bedrijf met 25 of minder werknemers mag de directeur/eigenaar zelf de preventiemedewerker zijn. De preventiemedewerker krijgt vanaf 1 juli 2017 een duidelijkere rol bij de preventie en signalering van gezondheidsrisico’s in het bedrijf. Hij heeft als taak te adviseren aan en samen te werken met de bedrijfsarts en andere arbodienstverleners over de arbeidsomstandigheden in het bedrijf. Daarnaast ondersteunt de preventiemedewerker de werkgever bij het invullen van de Risico-inventarisatie en -evaluatie en het uitvoeren van de maatregelen die daaruit voortvloeien.

De OR/Pvt krijgt instemmingsrecht bij de keuze van de persoon van de preventiemedewerker.

Download factsheet Nieuwe Arbowet 

Download de factsheet Nieuwe Arbowet voor meer info over de Nieuwe Arbowet.

Vragen?

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met de adviseurs van Info & Advies via 0348 48 94 11 of mail naar khnadvies@khn.nl.

Mag u foto’s van internet gebruiken voor uw website?

Moet u altijd toestemming vragen als u foto’s of afbeeldingen van internet gebruikt? Hoeveel kost dat? En wat gebeurt er als u dat niet doet? KHN geeft antwoord!

Als u foto’s van internet wilt gebruiken die niet door u zijn gemaakt, houd er dan rekening mee dat u deze foto’s niet zomaar mag gebruiken. Degene die de foto heeft gemaakt, is de eigenaar van de foto. Wilt u een foto gebruiken (bijvoorbeeld afdrukken en verspreiden, plaatsen op uw website enzovoorts), dan moet u dus toestemming vragen aan de maker van de foto.

Vergoeding voor gebruik van foto

In de meeste gevallen mag u de foto gebruiken als u een redelijke vergoeding betaalt. De hoogte van het tarief verschilt per geval. Het kan ook voorkomen dat u toestemming moet vragen aan de personen die op de foto afgebeeld staan. Zorg ervoor dat u bewijs heeft van het verlenen van de toestemming. Ook is het belangrijk dat u bewijs heeft van de betaling. 

Het is niet altijd eenvoudig om de maker van een foto te achterhalen. Als het u niet lukt om de maker te achterhalen, wordt er ook geen toestemming aan u verleend. In dat geval mag u de foto in principe niet gebruiken. Als u toch gebruik maakt van een foto waarvoor u geen toestemming heeft gekregen, loopt u het risico dat u gesommeerd wordt om de foto’s bijvoorbeeld van uw website te verwijderen en alsnog een vergoeding moet betalen.

Vragen? 

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met de adviseurs van Info & Advies via 0348 48 94 11 of mail naar khnadvies@khn.nl.

Heeft uw medewerker recht op een loonsverhoging per 1 juli 2017?

Op 1 juli 2017 hebben veel medewerkers recht op een loonsverhoging. Vanaf 1 juli 2017 worden de wettelijk minimum (jeugdlonen) namelijk verhoogd.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen vakkrachten en geen vakkrachten in het AVR. Een medewerker die geen vakkracht is, kunt u het wettelijk minimumloon betalen.

Vakkracht

Een vakkracht betaalt u volgens het functiegroepensysteem. De verhoging van het wettelijk minimum(jeugd)loon heeft voor de vakkracht alleen gevolgen in functiegroep I. Voor de overige functiegroepen is er op 1 juli geen verhoging.

Geen vakkracht

Wanneer uw medewerker geen vakkracht is, toetst u het huidige salaris alleen aan het nieuwe wettelijk minimumloon (WML). U moet er dus voor zorgen dat de niet vakkrachten op 1 juli 2017 minimaal het nieuwe WML verdienen.

De loontabel per 1 juli 2017

Download KHN-model AVR loontabel en wettelijk minimumloon 2017: uurlonen en leerlinglonen.

Lees ook

Vragen?

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met de adviseurs van Info & Advies via 0348 48 94 11 of mail naar khnadvies@khn.nl.

Ben ik strafbaar als iemand onder de 18 een sigaret in mijn rookruimte opsteekt?

U mag sinds 1 januari 2014 geen sigaretten meer verkopen aan minderjarigen. Maar hoe zit het met (de gelegenheid geven tot) het roken zelf?

Het gebruik van tabak door minderjarigen wordt niet strafbaar gesteld door de wet. Dit betekent dus dat iemand van onder de 18 jaar een sigaret mag opsteken in uw rookruimte of op uw terras. Als u tabaksproducten verkoopt moet u de minimale leeftijd van 18 jaar controleren aan de hand van een geldig identiteitsbewijs.

Rookruimten

Roken is toegestaan in een rookruimte die aan de eisen voldoet en in de buitenlucht.

Veelgestelde vragen rookverbod

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft op haar site een uitgebreidere lijst van antwoorden gegeven op praktische vragen over het rookverbod, met name over rookruimten en terrassen. Roken in rookruimten en in de open lucht blijft immers toegestaan.

Vragen?

Neem contact op met één van onze adviseurs van de afdeling Info & Advies via 0348 48 94 11 of mail naar khnadvies@khn.nl.