De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de Nederlandse regelgeving die rookruimten toestaat in strijd is met het WHO-kaderverdrag en dat die Nederlandse regels onverbindend zijn. Met andere woorden, de Nederlandse regels die rookruimten toestaan gelden niet.

Er is een flink aantal ondernemers dat, vertrouwend op juiste wetgeving, heeft geïnvesteerd in een rookruimte. Volgens juristen kun je zeggen dat de Nederlandse regering een onrechtmatige daad heeft gepleegd door onjuiste wetgeving te maken. Dat betekent in principe dat er een recht op schadevergoeding bestaat voor ondernemers die (achteraf onterecht) hebben geïnvesteerd in een rookruimte.

Als de Staat niet vrijwillig bereid is om compensatie te geven aan ondernemers die hebben geïnvesteerd in een rookruimte, dan zal de rechter er aan te pas moeten komen om definitief vast te stellen of er een recht op schadevergoeding bestaat en zo ja, hoeveel.

Juridische stappen?

Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad en op basis van juridische overwegingen is KHN vooralsnog niet de aangewezen partij om juridische stappen te ondernemen. Wel houdt KHN eventuele initiatieven vanuit de sector nauwlettend in de gaten. Ook zet KHN erop in dat rookruimten elders eerder gesloten moeten worden. De staatssecretaris heeft daarom bekendgemaakt dat rookruimten in (semi)overheidsgebouwen in 2021 moeten sluiten en in 2022 voor de rest van het bedrijfsleven.