Milieuregelgeving en Ruimtelijke Ordening

Er is een sterke verwantschap tussen milieubeleid en ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan is op gemeentelijk niveau het afstemmingskader tussen beide beleidsvelden. Een optimaal samenspel tussen milieu en ruimtelijke ordening zou moeten leiden tot een juiste afweging van milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen, die vervolgens wordt vastgelegd in bestemmingen en (gebruiks)voorschriften. Deze zijn vanwege hun normerend karakter bindend voor een ieder en dienen tevens als toetsingskader bij bouw- en aanlegvergunningen.

Bestemmingsplannen kunnen normen bevatten ter bescherming van het milieu zoals vestigingsnormen en collectieve normen (geluidszones, veiligheidszones etc.). Op grond daarvan kan de toelaatbaarheid van individuele bedrijven binnen het bestemmingsplankader worden beoordeeld. Een goed ruimtelijke ordeningsbeleid kan diverse milieugebonden knelpunten van inrichtingen voorkomen.

Ruimtelijk beleid en horeca
Met de VNG is destijds voor wat betreft de horeca, overeengekomen dat voorzien moet worden in een specifieke regeling voor de planologische vestiging van horecabedrijven. Medio 1992 is daartoe in de Model-Algemene Plaatselijke Verordening (APV) onder 'Toezicht op horecabedrijven' een APV-vergunningplicht voor de exploitatie van horecabedrijven opgenomen. Op basis hiervan is het preventief mogelijk ongewenste ontwikkelingen te voorkomen ter bescherming van het woon- en leefklimaat of de openbare orde.

Het is daarbij mogelijk om een vergunning te weigeren, indien het karakter van de betrokken straat of buurt zou worden aangetast door de vestiging van een horecabedrijf. Als hulpmiddel voor de afweging kan bijvoorbeeld een plaatselijke horecanota of vergelijkbaar beleidsstuk dienen. Ook hiervoor is door de VNG destijds een opzet geleverd. Duidelijk is dat deze 'vestigingsregeling' in relatie tot het planologische kader een aanvullende rol kan vervullen.

Voor de goede orde zij opgemerkt dat de model-APV van de VNG uitgaat van de zaaksgebondenheid van de exploitatievergunning. Zij verwijst in de toelichting op het desbetreffende onderwerp ook naar relevante jurisprudentie terzake die het persoonsgebonden maken van genoemd type vergunning afwijst. De vergunning ziet ook toe op de inrichting in relatie tot het bestaande woon- en leefmilieu en niet op de exploitant.

Terug
Download de gratis KHN App

https://twitter.com/khn 787936653616742400