Heeft u het gelezen van de week? De gemeente Utrecht steekt (weer) miljoenen in TivoliVredenburg. Want ‘er zijn extra miljoenen nodig om een goede exploitatie van het muziekcentrum mogelijk te maken.’ Da’s makkelijk ondernemen, hoor ik u denken….

Volgens het krantenartikel wordt het ‘unieke popcentrum in hartje Utrecht’ van 2017-2020 door de gemeente op drie manieren geholpen: de huur gaat naar beneden (met 1,856 miljoen euro), het centrum krijgt jaarlijks 400.000 euro ‘om de bedrijfsvoering te versterken en de programmering verder te ontwikkelen’ en het centrum krijgt eenmalig 1,1 miljoen euro om het eigen vermogen op te krikken. De wethouder onderbouwt de financiële injectie met de uitspraak dat TivoliVredenburg ‘van grote maatschappelijke en economische waarde is voor Utrecht’ en dat ‘investeren in TivoliVredenburg gelijk staat aan investeren in de groei van de stad.’

Discotheekje spelen met belastinggeld

Als KHN-lid gok ik dat u wel weet hoe wij als uw branchevereniging hierover denken. Maar ik leg het nog even uit. In de eerste plaats leest elke rasondernemer in Nederland – in de horeca of welke sector dan ook – waarschijnlijk met verbazing dit soort artikelen. Want als je een zaak hebt, dan werkt het normaal gesproken als volgt: je hebt kosten, je hebt omzet en als je het goed doet, dan houd je over. Zijn je kosten te hoog en komt er te weinig binnen? Dan doe je wat aan je kosten (omlaag), je doet wat aan je prijzen (omhoog), je doet iets aan je producten (anders) of aan je doelgroep (anders). Doe je dit goed, dan komt het goed. Zo niet, dan red je het niet. Dus feitelijk zou TivoliVredenburg zichzelf deze vragen moeten stellen met een jaarlijks exploitatietekort van bijna 2 miljoen euro (!) op een begroting van ruim 20 miljoen euro en 8 miljoen euro subsidie. Maar het lijkt erop dat de goedgeefse gemeente coûte que coûte de initiële investering overeind wil houden. Deze was ook aanzienlijk: het gigantische complex met vijf zalen kostte 156 miljoen euro, terwijl de kosten waren geraamd op 98,6 miljoen. Het riekt sterk naar discotheekje spelen met belastinggeld…

Sociale popcultuur?

Natuurlijk wordt de argumentatie hierboven door menig links georiënteerde consument of bestuurder met de snelheid van het licht van tafel geveegd. Maar, en dat zal u wellicht verbazen, wij begrijpen ook wel dat niet alles geld hoeft op te brengen en dat onze maatschappij gediend is met zaken die we met het oog op het algemeen belang overeind moeten houden. Sterker nog, wij dragen sociaal-culturele activiteiten een warm hart toe. Maar, en hiermee kom ik bij mijn tweede punt: in essentie gaat het dan om de vraag wanneer iets sociaal-cultureel is en wanneer gewoon commercieel. Als we de programmering van TivoliVredenburg nader bekijken dan zien we inderdaad onbekende artiesten die we kunnen clusteren onder de noemer sociaal-cultureel. Maar we zien ook een groot aantal concerten en dancefeesten die wat ons betreft weinig meer te maken hebben met het algemeen belang: 40UP dancefeesten voor 40-plussers, 90-ies en Ibiza-dancefeesten en optredens van bijvoorbeeld Suzanne Vega, Katie Melua en Herman van Veen. Er zijn mijns inziens voldoende commerciële popcentra in Nederland die uitstekend als locatie kunnen dienen voor dit type evenementen. Onder reguliere, commerciële voorwaarden.

Het Gegeven Paard

Nu zullen velen reageren met de opmerking dat de omliggende horeca profiteert van de bezoekers van TivoliVredenburg, en natuurlijk is dit in sommige gevallen ook zo. Maar voor een hapje en een drankje kunnen bezoekers ook heel goed terecht in Tivoli’s eigen café met de naam – hoe toepasselijk – Het Gegeven Paard. Dit brengt mij bij mijn derde punt. In Het Gegeven Paard zijn gasten dagelijks vanaf 10 uur welkom voor lekker eten en drinken, ook mensen die geen bezoeker zijn van TivoliVredenburg. Op zich nog niets aan de hand. Maar een beetje uitzoekwerk verder en je weet dat Het Gegeven Paard een ‘keurige’ bv is die – daar gaan we voor het gemak even van uit – in bezit is van een gewone volledige Drank- en Horecawetvergunning. Klein detail: de enig aandeelhouder van de bv is Stichting TivoliVredenburg. Er is dus toch iets aan de hand: het lijkt er op dat, ook hier, de zogenaamde bv-truc is uitgehaald. Die kennen wij maar al te goed uit Leeuwarden (De Neushoorn) en Venray (De Artiest). In de praktijk betekent dit dat dít gegeven paard zich niet hoeft te houden aan de paracommerciële verordening (en lekker commercieel aan de gang kan gaan) terwijl de eigenaar van de bv miljoenen subsidie van de gemeente per jaar krijgt. Een Engelsman zou zeggen: you do the math.

Mikpunt van spot

Het risico van deze blog is dat de horeca weer mikpunt van spot wordt, omdat bij ons ‘een kopje koffie al te veel kost’ en ‘de service doorgaans niet zoveel voorstelt’. Terwijl je bij Het Gegeven Paard volgens de website ‘bij elk drankje een smakelijke knipoog mag verwachten naar de kaart in de vorm van een klein hapje’. Ik vind dat een mooie service. En weet u wat? Als de gemeente bij ons nou ook af en toe langskomt met een paar ton, dan doen wij dit ook. En als we een paar van die vrijwilligers van TivoliVredenburg mogen lenen, dan kunnen onze loonkosten ook omlaag. Ik denk overigens wel dat de grootste criticasters in Utrecht een toontje lager zingen als het besef indaalt dat de gemeente haar euro’s maar één keer kan uitgeven. Dus elke euro die de gemeente aan subsidie (lees: belastinggeld) investeert in sociaal-culturele poppodia als TivoliVredenburg, gaan niet naar de zorg die de landelijke overheid inmiddels bij de gemeente heeft neergelegd. Het zou dus zomaar kunnen dat u straks in de avonduren op de bank zit bij uw moeder te ‘mantelzorgen’ (en geen tijd meer heeft om de sociaal-culturele events van TivoliVredenburg te bezoeken) en in de krant leest dat de gemeente zichzelf met open ogen in een vicieuze cirkel heeft gewerkt en zich het hoofd breekt hoe zij hieruit moet komen. Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb….

Kort en goed: concurrentie houdt ons scherp maar oneerlijke concurrentie is heel andere koek. En de oplossing is eigenlijk helemaal niet zo complex: er moet gewoon landelijke wetgeving komen die ervoor zorgt dat instellingen die structureel subsidie ontvangen geen commerciële activiteiten kunnen ontplooien. Dit kunnen we het beste doen door de huidige Wet Markt en Overheid aan te passen en wel zo dat economische activiteiten van instellingen die structurele subsidie van een overheid ontvangen, aan diezelfde overheid worden toegerekend. Op deze manier wordt die overheid gedwongen: óf keiharde randvoorwaarden stellen aan de subsidie, óf helemaal geen subsidie verlenen.

Agnes Holtjer

Agnes Holtjer, Landelijk Bestuurslid KHN (2016)

Direct advies nodig?

We zijn ma t/m vr van 9.30 tot 16.00 uur telefonisch bereikbaar op 0348 48 94 89. Je kunt ook mailen naar info@khn.nl of je vraag stellen via het contactformulier.

Liever uitgebreider en persoonlijk contact? Maak dan een afspraak voor een online adviesgesprek via dit formulier.

Contactgegevens