RIVM adviseert maximaal geluidsniveau in clubs, discotheken en cafés

29-03-2018

KHN: Het doel is goed, maar er moeten geen maximale geluidsnormen worden opgelegd

Op woensdag 28 maart 2018 heeft het RIVM het rapport 'Advies maximale geluidsniveaus voor muziekactiviteiten' uitgebracht. In dit rapport geeft het RIVM een advies aan het ministerie van VWS om geluidsnormen op te stellen voor locaties met versterkte muziek, zoals clubs, discotheken, cafés en scholen. Met als doel om gehoorschade zoveel mogelijk te voorkomen. KHN kan zich helemaal vinden in het doel, maar vindt niet dat er maximale geluidsnormen moeten worden opgelegd.

Het advies van het RIVM is dat locaties met versterkte muziek, zoals clubs, discotheken, cafés en scholen bij muziekactiviteiten voor mensen vanaf 16 jaar een geluidsniveau hanteren van maximaal 102 decibel gemiddeld over een kwartier. Voor kinderen moet een lager gemiddeld geluidsniveau worden gehanteerd.

Niet wetenschappelijk onderbouwd

KHN vind het ook belangrijk dat gehoorschade bij kinderen en jongeren zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Alleen niet door maximale geluidsnormen op te stellen. Het advies van het RIVM is bovendien niet wetenschappelijk onderbouwd en jaagt horecabedrijven onnodig op kosten. Zoals het RIVM zelf ook aangeeft, zijn deze geluidsnormen niet gegarandeerd veilig voor het gehoor. KHN is van mening dat het daarom beter is een grote bewustwordingscampagne te starten voor het Nederlandse publiek over de gevaren van gehoorschade.

Totstandkoming advies

Begin november 2017 heeft het RIVM een bijeenkomst gehouden om het concept van dit advies met betrokken partijen te bespreken. KHN was hierbij aanwezig en heeft de volgende bezwaarpunten kenbaar gemaakt:

  • De opstellers van het rapport (*) erkennen dat de voorgestelde muziekgeluidniveaus niet gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek.
  • Het advies houdt geen rekening met de reeds geldende wetgeving, zoals de regels die gelden voor geluid van horeca-inrichtingen onder het Activiteitenbesluit.
  • De hoogte van het geluidsniveau, de meetplaats, alsmede de meetprocedure zijn arbitrair en niet onderbouwd.
  • De voorgestelde meetmethode vergt met name voor inrichtingen met muziek als primaire functie zeer dure geluidmeters, waardoor deze bedrijven op hoge kosten gejaagd worden.
  • Veel meer onderzoek is vereist ten aanzien van de invloed van muziek in de horecabranche op het gehoor in relatie tot andere bronnen met hoge muziekgeluidniveaus (zoals Iphones, e.d.).
  • De kans is groot dat (zoals in het convenant met de poppodia- en evenementenbranche) het advies zal leiden tot registratieverplichtingen met 'archivering'.

Hoe nu verder?

KHN is erg teleurgesteld dat deze bezwaarpunten niet zijn meegenomen in het uiteindelijke advies en gaat daarover in gesprek met het ministerie van VWS. Mocht het advies worden omgezet in een wetstraject, dan start KHN een lobbytraject richting de politiek.

Geen wetgeving, wel een convenant

In Nederland is er geen landelijke wet- of regelgeving die bezoekers van uitgaansgelegenheden beschermt tegen gehoorschade door te harde muziek. Sinds 2014 is het convenant preventie gehoorschade muzieksector van kracht. Dit convenant geldt voor een groot aantal evenementen, poppodia en festivals en loopt tot 1 juli 2018. 

(*)Deze opstellers zijn Nederlandse deskundigen op het gebied van akoestiek en de oorzaken, gevolgen en preventie van gehoorschade door hard geluid, met een focus op harde muziek. 
Terug