1 Vanaf welke leeftijd mogen jongeren werken in de horeca?
Vanaf welke leeftijd mogen jongeren bij je werken? En is er een minimumleeftijd waarop medewerkers alcohol mogen schenken aan gasten? Welke regels gelden er voor jou én je medewerkers? KHN geeft antwoord.
Allereerst een disclaimer. Onderstaande tekst is een samenvatting van de regels rondom het werken van jongeren uit het Nadere Regeling Kinderarbeid en de Arbeidstijdenwet. Het is ondoenlijk om alle details in dit artikel weer te geven. Twijfel je, neem dan altijd contact op met KHN Advies.
Jongeren mogen vanaf 13 jaar werken, maar er gelden wel regels voor het soort werkzaamheden, wanneer en hoeveel ze mogen werken. De Nadere Regeling Kinderarbeid geeft aan welke mogelijkheden je hebt en aan welke regels je je moet houden. De wet maakt een onderscheid tussen kinderen (jonger dan 16 jaar) en jeugdigen (16- en 17-jarigen). Bij kinderen zijn er beperkingen in tijd en in werkzaamheden. Bij jeugdigen is er een beperking in tijd. Hieronder vind je een overzicht van de regels per leeftijd.
13- en 14-jarigen
13- en 14-jarigen mogen op grond van deze wet alleen op niet-schooldagen en tijdens vakanties werken. Op dagen dat zij naar school gaan mogen zij niet werken. Op zondagen mogen ze af en toe werken, maar daarvoor is ten eerste toestemming nodig van de OR, de personeelsvertegenwoordiging of als deze er niet is de belanghebbende medewerkers die in dienst zijn. Bovendien is toestemming van de ouders nodig. Leg dit alles ook schriftelijk vast. Als een 13- of 14-jarig kind op zondag werkt, mag hij niet op zaterdag werken. Bovendien mag hij over een periode van 16 weken maximaal 11 zondagen werken.
Hun werkzaamheden mogen enkel bestaan uit 'niet-industriële hulparbeid van lichte aard'. Hierbij gaat het om het verrichten van hand- en spandiensten en dus niet om zelfstandige arbeid. Onder dit begrip vallen bijvoorbeeld hulpwerkzaamheden in de horeca zoals het helpen bij het bedienen in ruimtes waar geen alcohol wordt geschonken en hulpwerkzaamheden bij bijvoorbeeld een manege, op een camping, in een speeltuin, in een pretpark, in een bowlingcentrum en in een museum. Afwassen met een geautomatiseerde afwasmachine wordt al gauw gezien als geïndustrialiseerde arbeid. Ook geldt dat 13- en 14 jarigen niet met gevaarlijke stoffen mogen werken. Schoonmaakmiddelen worden al gauw in deze categorie gezien.
De inhoud van de arbeid die door de kinderen wordt verricht en de wijze waarop die arbeid is georganiseerd, moeten waarborgen in zich hebben om de veiligheid, gezondheid en de ontwikkeling van het kind te beschermen.
15-jarige kinderen
Voor 15-jarige kinderen geldt dat zij niet-industriële arbeid (dus niet slechts hulparbeid) van lichte aard mogen verrichten. Afwassen met een geautomatiseerde afwasmachine of afwasstraat is voor hen dus ook niet toegestaan. Zij mogen wel de hoofdafwasser helpen met het wegzetten van de afwas, poleren en met de hand afwassen. Zij mogen daarnaast iets meer uren per dag werken dan 13- en 14-jarigen. Om op zondag te werken is toestemming van OR/personeelsvertegenwoordiging of bij afwezigheid daarvan van belanghebbende medewerkers én uitdrukkelijke toestemming van de ouders nodig. Als op zondag gewerkt wordt, mogen zij niet de zaterdag werken. Bovendien mogen ze in elke periode van 16 weken maximaal 11 zondagen werken.
15-jarige kinderen mogen niet voor 7.00 uur s' morgens werken en niet na 19.00 uur 's avonds werken. In sommige gevallen mogen ze tot 20.00 uur werken, zie onderstaand schema voor de voorwaarden. Op de dagen dat zij naar school gaan mogen zij maximaal 2 uur werken. I In schoolweken mag niet op meer dan 12 uren worden gewerkt. In vakantieweken mag er niet meer dan 40 uur worden gewerkt.
Werken in ruimtes waar alcohol wordt geschonken
Jongeren onder de 16 mogen niet werken in de ruimte waar alcohol wordt geschonken. Er is een uitzondering voor 14- en 15 jarigen die in het kader van hun opleiding een (snuffel)stage moeten vervullen. Zij mogen ook in de ruimte werken waar alcohol wordt verkocht. Dit betekent dus dat je bedienend personeel met een reguliere arbeidsovereenkomst voor werk in de ruimte waar alcohol geschonken wordt mag aannemen vanaf 16 jaar. Alleen als er heel duidelijke schenktijden zijn, dan mag de 14- en 15 jarige, buiten deze schenktijden, werken in deze ruimte. 14- en 15 jarigen mogen wel als stagiair werken als dit vanuit de opleiding noodzakelijk is.
Commerciële maaltijdbezorger moet 16 jaar of ouder zijn
Een commerciële maaltijdbezorger moet 16 jaar of ouder zijn. Het is verboden om een maaltijdbezorger van 15 jaar te laten bezorgen met fiets, scooter, bakfiets e.d. Er gebeuren teveel ongelukken en de druk en risico’s zijn gewoon te hoog, aldus het kabinet.
Jeugdigen van 16 en 17 jaar
Jeugdige medewerkers van 16 en 17 jaar mogen arbeid verrichten op zaterdag en zondag, mits er op de vrijdag ervoor of de maandag erna geen schooltijd is. Schooltijd telt altijd mee als arbeidstijd. Er moet altijd in een periode van 7 dagen een rustperiode van ten minste 36 aaneengesloten uren zijn. De jeugdige werknemer mag tot 23.00 uur werken.
Jeugdigen van 16 en 17 jaar mogen maximaal 9 uur per dag werken en 45 uur per week. In elke periode van 4 achtereenvolgende weken mogen zij niet meer dan gemiddeld 40 uur per week werken.
Overzicht
13- en 14-jarigen
15-jarigen
16- en 17-jarigen
Minimum dagelijkse rust\*
\- in elk geval tussen- in vakanties
14 uur19:00\*\* - 07:00 uur19:00\*\* - 07:00 uur
12 uur19:00\*\*- 07:00 uur21:00 - 07:00 uur
12 uur23:00 - 06:00 uur23:00 - 06:00 uur
Maximum arbeidstijd per- schooldag- niet-schooldag- vakantiedag
verbod op werken6 uur7 uur
2 uur\*8 uur8 uur
9 uur\*9 uur9 uur
Maximum arbeidstijd per- schoolweek- vakantieweek
12 uur35 uur
12 uur40 uur
45 uur\*\*\*45 uur
Zondagsarbeid
Ja\*\*\*
Ja\*\*\*
Ja\*\*\*\*\*
\*= Het betreft een aaneengesloten rustperiode in elke 24 uren. Het werk mag een jeugdige niet verhinderen naar school te gaan. Daarbij telt het aantal uren dat ze aan school besteden als arbeidstijd.
\*\*= na overeenstemming met OR/personeelsvertegenwoordiging en bij afwezigheid daarvan de belanghebbende medewerkers én de schriftelijke toestemming van de ouders mogen 13 t/m 15-jarigen tot 20.00 uur werken. De rusttijden moeten wel gerespecteerd worden.\*\*\* = Indien er op zondag wordt gewerkt, mag er op zaterdag geen arbeid worden verricht en omgekeerd. Het kind mag elke periode van 16 weken maximaal 11 keer op zondag werken. Daarnaast is bij het werken op zondag uitdrukkelijke toestemming van de OR/Personeelsvertegenwoordiging en bij het ontbreken daarvan de belanghebbende medewerkers en ouders/verzorgenden vereist.\*\*\*\*\*= Indien er op beide weekenddagen (dus zaterdag én zondag) wordt gewerkt, mag er op de vrijdag direct ervoor of de maandag direct erna geen schooltijd zijn.
2 Hoe pas ik de loonsverhogingen per 1 januari 2026 toe?
In de cao zijn loonsverhogingen opgenomen. Om het overzichtelijk te maken hebben we een stroomschema gemaakt. Met dit hulpmiddel kun je per medewerker bepalen wat het nieuwe loon per januari 2026 moet worden.
Mocht je toch nog vragen hebben, neem dan gerust contact met KHN Advies op via 0348-489489 of info@khn.nl.
Waar vind ik het stroomschema?
Je kunt het downloaden via **Stroomschema 1 januari 2026**.
Welke volgorde moet ik toepassen als een medewerker recht heeft op de cao-verhoging én de prestatiebeloning?
Je neemt het loon dat de medewerker verdient op 31 december 2025. Dat verhoog je met de cao-verhoging. Het bedrag dat daaruit komt, verhoog je vervolgens met de prestatiebeloning. Hieronder een rekenvoorbeeld:
Stel een medewerker verdient 2.800 euro en is ingedeeld in functiegroep V.
2.800 euro + 2,5% = 2.870 euro 2.870 euro +2% = 2.927,40 euro
Het nieuwe salaris van deze medewerker per 1/1/2026 wordt 2,927,40 euro
Naar welk eindloon moet ik kijken om te bepalen of iemand recht heeft op de prestatiebeloning?
Je kijkt naar het loon dat de medewerker verdient op 31 december 2025 (dus vóór het toepassen van een eventuele cao-verhoging). Dit vergelijk je met het eindloon in de loontabel van 1 juli 2025, want die is op dat moment geldig.
Is het salaris gelijk of hoger dan het eindloon bij zijn functiegroep? Dan heeft hij dit jaar geen recht op de prestatiebeloning. Is het salaris lager? Dan heeft de medewerker, als hij ook voldoet aan de overige voorwaarden, recht op de prestatiebeloning.
Het nieuwe loon is wel gemaximeerd aan het eindloon uit de loontabel per 1 januari 2026. Kom je op een hoger loon uit, dan pas je dit aan naar het eindloon uit de nieuwe loontabel.
Mag ik eerdere vrijwillig gegeven verhogingen nog verrekenen met de loonsverhoging per 1 januari 2026?
De horeca-cao biedt de mogelijkheid om structurele verhogingen die in 2024 zijn afgesproken voor 2026 te verrekenen met de cao-loonsverhoging van 1 januari 2026 (artikel 4.7 lid 14).
Dit geldt dus alleen voor verhogingen die al in 2024 zijn afgesproken of toegezegd. Het geldt niet voor verhogingen die in 2025 buiten de cao om zijn gegeven.
Is de loonsverhoging pas later (dus na 2024) toegezegd of toegekend, dan geeft de cao geen mogelijkheid om te verrekenen met januari 2026. Verrekenen kan dan alleen als dit schriftelijk als voorwaarde is vastgelegd bij de verhoging.
3 Wat is de fiscale regeling voor maaltijden van mijn medewerkers?
Je bent wellicht gewend om jouw medewerkers regelmatig een gratis maaltijd of drinken te geven. De fiscus beschouwt dit in enkele gevallen als loon in natura, waarover je premies en loonbelastingen verschuldigd bent. Hoe zit dat?
De zogenaamde consumpties die je tijdens werktijd verstrekt, vallen niet onder het begrip loon in natura. Je hoeft daar dus geen loonheffing of premies werknemersverzekeringen over in te houden. Onder consumpties tijdens werktijd verstaat de fiscus: koffie, thee, gebak, fruit en andere 'tussendoortjes' van weinig waarde. Maaltijden vallen niet onder deze vrijstelling.
Bekijk de video voor een eenvoudige uitleg:
Onbelaste maaltijden
Alle maaltijden 'waarbij het zakelijke karakter van meer dan bijkomstig belang is' mogen onbelast worden vergoed of verstrekt. Dus in situaties waarin jouw medewerker niet op een gewoon tijdstip kan eten (tussen 17.00 en 20.00 uur) omdat hij bijvoorbeeld moet overwerken of op koopavonden werkt of tijdens dienstreizen. Ook de reistijd van de medewerker kan hierbij een rol spelen.
Belaste maaltijden
Is het zakelijke karakter van de maaltijd van bijkomend belang, dan is de vergoeding of verstrekking niet onbelast en moet de vergoeding of de waarde in het economische verkeer van de verstrekking tot het loon gerekend worden. Elk jaar wordt dit normbedrag vastgesteld door de Belastingdienst. Voor 2026 is het normbedrag 4,05 euro. In 2025 was dit bedrag 3,95 euro.
Let op
Als je een maaltijd niet onbelast mag verstrekken, maar je doet dit wel, dan wordt per maaltijd 4,05 euro in de forfaitaire ruimte van de werkkostenregeling ondergebracht. Je loopt dan grote kans om boven de forfaitaire ruimte van 1,18 procent van de loonsom uit te komen. Daarover betaal je als werkgever een eindheffing van 80 procent! In 2026 geldt voor de eerste 400.000 euro van de loonsom een percentage van 2%. Over het bedrag van de loonsom boven 400.000 euro is de vrije ruimte in 2026 1,18%.
Meer informatie over de Werkkostenregeling (WKR) vindt je bij Belastingdienst en Rijksoverheid.
Een stagiair is volgens de horeca-cao in jouw bedrijf onder begeleiding aanwezig op grond van een leerplan van een vmbo-, havo- , mbo-, of hbo-onderwijsinstelling om voor de opleiding noodzakelijke theorie- en praktijkervaring op te doen. Een stagiair is volgens het arbeidsrecht geen medewerker. Wat moet je een stagiair betalen? KHN geeft antwoord.
In de horeca cao is opgenomen dat een stagiair, die in het kader van een HBO-opleiding of een MBO-opleiding (Beroepsopleidende leerweg) een stage uitvoert, recht heeft op een stagevergoeding. De stagevergoeding hoeft dus niet betaald te worden aan snuffelstagiaires van een middelbare school. Een stagiair heeft recht op minimaal 400 euro bruto stagevergoeding per maand bij een voltijds stageweek. Met een voltijds stageweek bedoelen cao-partijen een stage van 5 dagen per week. Loopt de stagiair (standaard of door een (school)vakantie) minder dagen per week stage, dan ontvangt de stagiair een bedrag naar evenredigheid conform onderstaande staffel:
- Eendaagse stageweek: € 80
- Tweedaagse stageweek: € 160
- Driedaagse stageweek: € 240
- Vierdaagse stageweek: € 320
- Vijfdaagse stageweek: € 400.
Een stagiair bouwt geen vakantieuren of vakantiegeld op. Er is sprake van een fictieve dienstbetrekking. Dit betekent dat er over de vergoeding wel loonbelasting/premie volksverzekeringen wordt afgedragen en de werkgeversheffing ZVW, maar geen werknemersverzekeringen.
Model stageregeling
KHN hanteert een model stageregeling die je als richtlijn kunt gebruiken bij het opstellen van de stageovereenkomst. Je kunt in de stageovereenkomst samen met de stagiair afspraken maken over vrije dagen. Zie ook: KHN | Hoe sluit ik een stage-overeenkomst met een stagiair?
5 Veelgestelde vragen over de nieuwe Horeca-cao 2025-2026
Ga snel naar:
- Loonsverhogingen en loontabelwijzigingen
- Periodieke verhogingen
- Stagevergoeding
- Loyaliteitsverlof (extra vakantie-uren)
- Werk/Privé balans
- Arbeidsovereenkomsten
Loonsverhogingen en loontabelwijzigingen
Heeft KHN een praktisch overzicht van de loonstijgingen voor 1 januari 2025?
Ja, we hebben net als vorig jaar weer een stroomschema gemaakt. Je kunt dit stroomschema per medewerker doorlopen en zien welke cao loonsverhogingen voor de medewerker gelden. Zie hiervoor het stroomschema. Dit stroomschema heeft alleen betrekking op de verhoging per 1 januari 2025. We zullen in de toekomst ook zo’n schema publiceren voor de andere verhogingen in de cao.
Hoe moet ik om gaan met de verhogingen in functiegroepen III t/m V per 1 januari 2025?
De basislonen in de loontabel stijgen in deze functiegroepen sterker per 1 januari 2025 dan de andere functiegroepen. De basislonen in de loontabel gaan met 5,3 of 5,6% omhoog. Dit betekent niet dat de feitelijke lonen van medewerkers in deze functiegroepen met dit percentage omhoog gaat. Hun feitelijke loon stijgt met 2,5%, tenzij dan minder gaan verdienen dan het nieuwe basisloon.
Voor het toepassen van de verhoging per 1 januari 2025 ga je als volgt te werk voor medewerkers die in de functiegroepen III t/m V zijn ingedeeld:
1. Heeft de medewerker in 2024 een structurele verhoging buiten de cao om gekregen of is deze al toegezegd voor 2025? Dan mag je deze verhoging verrekenen bij stap 2.
2. Verhoog het loon dat de medewerker eind 2024 verdient per 1 januari 2025 met 2,5%, ook als de medewerker meer verdient dan het eindloon.
3. Kijk of de medewerker recht heeft op een prestatiebeloning van 2% (zie onderaan deze pagina voor de voorwaarden)
4. Check of het nieuwe loon tenminste even hoog is als het basisloon in de betreffende functiegroep van de loontabel per 1 januari 2025. Is dit bedrag lager? Verhoog het dan tot het nieuwe basisloon. Is dit bedrag gelijk of meer dan het nieuwe basisloon? Dan is het loon dat je hebt uitgerekend het nieuwe loon voor die medewerker.
Dit betekent dat een medewerker in deze loonschalen (met basis- en eindlonen) op een lager bedrag kan uitkomen, dan als je de systematiek van de vaste periodieken zou toepassen
Waarom stijgen de basislonen in functiegroep III t/m V harder?
Dit heeft te maken met de stijging van het Wettelijk Minimum Loon (WML). Door een sterke stijging van de WML van de laatste jaren zien we dat onze basislonen “ingehaald” worden door het WML. Hier is per 1 januari 2024 al een correctie op geweest, maar dit was voor de functiegroepen III t/m V niet voldoende. Ook omdat per 1 juli 2024 de WML stijging 3,1% was. Als we de basislonen in deze functiegroepen niet sterker laten stijgen, dan zou het basisloon gelijk zijn aan het WML. Dat is een ongewenste situatie, het is niet reëel om een opgeleide zelfstandig werkend kok te laten starten op het WML. Daarom is hier een extra verhoging toegepast.
Ik heb in 2024 al een loonsverhoging buiten de cao om gegeven. Mag ik deze verrekenen met de loonsverhoging(en) van de cao in 2025?
Ja, alle structurele loonsverhogingen buiten de cao om die in 2024 aan een medewerker zijn gegeven mogen verrekend worden met de cao-loonsverhoging(en) in 2025. Stel dat je per 1 oktober 2024 een medewerker in functiegroep VI een loonsverhoging hebt gegeven van 2%, dan heeft hij op grond van de cao per 1 januari 2025 minimaal nog recht op 0,5% verhoging. Maar heb je deze medewerker per 1 oktober 2024 een loonsverhoging gegeven van 5%, dan mag je de 2,5% verhoging van 1 januari 2025 hiermee verrekenen én de 1% verhoging per 1 juli 2025 ook. Je mag de gegeven loonsverhoging buiten de cao om in het jaar 2024 namelijk verrekenen met alle cao verhogingen van 2025. Let op, dit artikel geeft geen mogelijkheid om te verrekenen met de prestatieverhoging. Het gaat hier om verrekenen met de cao-loonsverhoging.
Kan een loonsverhoging ertoe leiden dat mijn medewerker netto minder overhoudt?
De loonsverhoging leidt tot een hoger nettoloon, maar door het progressieve belastingstelsel kan het voor sommige medewerkers betekenen dat er extra belasting en premies afgedragen moeten worden, waardoor een medewerker netto minder loon overhoudt. Ook kan een hoger loon effect hebben op de hoogte van eventuele toeslagen die een nadelig effect kunnen hebben. Als brancheorganisatie hebben wij geen invloed op de fiscale regels en de manier waarop belastingen en premies worden berekend. Dit wordt bepaald door de overheid en kan wijzigen. We kunnen hier ook geen andere afspraken over maken in de cao. Als het wenselijk is om ervoor te zorgen dat jouw medewerkers er netto daadwerkelijk op vooruitgaan, dan kun je een hogere loonsverhoging geven dan op basis van de cao verplicht is. De cao heeft een minimum karakter en geeft alleen aan wat de ondergrenzen zijn.
Heb je vragen hierover? Neem dan contact op met KHN advies.
Wanneer wordt de nieuwe loontabel gepubliceerd?
Deze is inmiddels gepubliceerd. Zie KHN | Loontabellen per 1 januari 2025
Prestatiebeloningen(voorheen periodieke verhoging)
Moet ik medewerkers nog steeds in een periodiek houden?
Nee, de periodieken zijn vanaf 2025 richtinggevend, maar niet bepalend. Je kunt dus ook lonen afspreken die tussen 2 periodieken vallen. De huidige afspraak geldt nog wel dat een medewerker die aan de voorwaarden voldoet (cao art. 4.11) recht heeft op een prestatiebeloning van 2% aan het einde van het jaar. Je kunt hier alleen van afwijken als je een eigen beoordelingssystematiek hebt met instemming van de wettelijke medezeggenschap.
Wanneer heeft een medewerker recht op een prestatiebeloning?
De voorwaarden hiervoor zijn gelijk gebleven, met uitzondering van de verlaging van de vakvolwassen leeftijd van een vakkracht van 21 naar 20 jaar.
De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een prestatiebeloning (voorheen periodieke verhoging) zijn (cao art. 4.11):
- De medewerker is op 1 januari ten minste een vol kalenderjaar in dienst geweest als vakkracht in dezelfde bedrijfsfunctie, bij dezelfde werkgever.
- De medewerker is vanaf 1/1/24 20 jaar of ouder (vakvolwassen vakkracht).
- De medewerker heeft een feitelijk loon op 31 december van het voorafgaande kalenderjaar op het basisloon of tussen het basis- en eindloon.
- De medewerker heeft niet 2 jaar op rij een matige of slechte beoordeling gekregen (cao art. 4.5).
Je kunt hier van afwijken (prestatiebeloning van 2%) als je een eigen systematiek voor prestatiebeloning hebt met instemming van de wettelijke medezeggenschap.
Wat zijn de voorwaarden om een eigen systematiek voor prestatieverhoging te voeren?
De horeca cao stelt in art. 4.11 dat de werkgever een eigen systematiek voor prestatieverhoging mag hanteren, mits de wettelijke medezeggenschap en instemming van de Wet op de ondernemingsraden voor het invoeren van dit systeem is toegepast. Daarnaast moet dit gecommuniceerd zijn naar alle medewerkers.
Dit betekent in de praktijk dat voor het kunnen toepassen van een eigen systematiek voor prestatiebeloning formeel instemming moet zijn gegeven door de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PvT). Is er geen OR of PvT? Dan ga je in gesprek met je personeel over het afwijkende systeem.
Vervolgens wordt het prestatiebeloningssysteem gecommuniceerd en is daarmee bekend voor medewerkers. Bijvoorbeeld doordat dit schriftelijk is gedeeld op het moment dat de medewerker in dienst kwam. Het eigen systeem hoeft dus niet de standaard 2% verhoging te hebben, maar kan hiervan afwijken met bijvoorbeeld een standaard 1 of 3% verhoging en afspraken bij de mate van functioneren.
Mijn medewerker verdient net iets minder dan het eindloon van de loontabel van juli 2024 en heeft recht op de prestatiebeloning. Heeft hij recht op 2% verhoging op kan ik het maximeren tot het nieuwe eindloon?
Als de medewerker eind 2024 in een periodiek is ingedeeld zal dit niet voorkomen, maar in de praktijk is de indeling in een periodiek in 2024 niet altijd doorgevoerd. Op die manier kan de situatie ontstaan dat door de cao verhoging en vervolgens de prestatiebeloning de medewerker boven het nieuwe eindloon uitkomt. In artikel 4.11 lid 1 is opgenomen dat je nooit recht hebt op een stijging tot boven het eindloon. Dit betekent dat de verhoging stopt op het eindloon van de loontabel van 1 januari 2025 en de prestatiebeloning daardoor minder dan 2% kan zijn.
Kan ik bij een eigen systeem voor prestatiebeloning ook een verhoging geven van minder dan 2%?
Ja, dat kan. Mits is voldaan aan de wettelijke medezeggenschap en instemming van de WOR voor het invoeren van dit systeem mag deze bestaan uit een eigen systematiek met eigen afspraken. Dit kan ook een verhoging zijn van minder dan 2%.
Stagevergoeding
Waarom is deze regeling veranderd ten opzichte van de cao van 2024?
De regeling uit 2024 was voor veel ondernemers en stagiairs niet helemaal duidelijk en/of logisch. Met een vaste maandelijkse stagevergoeding per stagedag per week is de opbouw logischer en is het aantrekkelijker om bijvoorbeeld stages voor 1 dag per week aan te blijven bieden. De minimale stagevergoeding per maand van €400 bruto bij een voltijd stageweek (5 dagen per week) is naar evenredigheid bij minder dagen per week stage. Het maakt daarbij niet uit hoeveel uren de stagiair op een dag stage loopt.
Ik heb een stagiair die in 2024 is begonnen, zijn contract loopt door in 2025. Moet ik de stagevergoeding aanpassen?
Dat ligt eraan. De stagevergoedingen in de nieuwe cao zijn minimum bedragen. Je mag daar dus niet onder zitten. Heb je een stagiair voor 2 dagen per week, dan heeft deze vanaf 1 januari 2025 recht op een minimale stagevergoeding van 160 euro bruto per maand. Heb je een lagere vergoeding afgesproken in de stageovereenkomst, dan zul je dit moeten ophogen naar dit bedrag. Heb je een hogere vergoeding afgesproken dan minimaal verplicht is in de nieuwe horeca cao, dan verandert er niets. De stagiair blijft recht houden op de hogere vergoeding voor de looptijd van de stageovereenkomst. Je mag dus in het voordeel voor de medewerker hiervan afwijken, niet in het nadeel.
Loyaliteitsverlof (extra vakantie-uren)
Wat als een medewerker halverwege het jaar 10 jaar in dienst is, wanneer ga je de extra vakantie-uren toekennen?
De medewerker heeft recht op de extra uren vanaf het moment dat hij/zij 10 jaar of meer in dienst is bij het bedrijf naar evenredigheid van het resterende vakantiejaar (of kalenderjaar). Stel dat een medewerker per 1 juli 2025 10 jaar in dienst is en je rekent per kalenderjaar, dan heeft hij voor 2025 recht op de helft van 7,6 uren. Gaat een medewerker in de loop van het jaar uit dienst, dan worden de uren naar evenredigheid verrekend op de eindafrekening. Of je opbouw per vakantiejaar of per kalenderjaar is, hangt af van het moment dat je binnen het bedrijf nieuwe vakantie-uren toekent aan de medewerkers; doe je dit op 1 januari, dan reken je met een kalenderjaar. Doe je dit op 1 juni, dan reken je met een vakantiejaar. Deze extra vakantie-uren zijn bovenwettelijke uren en hebben dus een vervaltermijn van 5 jaar. Deze verlofuren bereken je naar rato als een medewerker parttime in dienst is.
Hoe pas ik het loyaliteitsverlof toe als iemand halverwege het jaar 10 jaar in dienst is?
Dit is geregeld in artikel 3.17a lid 3 van de horeca cao. De medewerker ontvang het loyaliteitsverlof vanaf de eerste maand nadat hij 10 jaar of langer in dienst is. Is iemand bijvoorbeeld op 15 juni 2025 10 jaar in dienst, dan bouwt deze medewerker vanaf 1 juli loyaliteitsverlof op. De rekenformule is als volgt; het aantal extra vakantie-uren/1976 uur. Bijvoorbeeld: als je recht hebt op 7,6 extra vakantie-uren per vakantiejaar (of kalenderjaar), dan bouw je per uur 0,0038 uur op. Dit is de uitkomst van 7,6/1976 uur. Dit is geregeld in art. 3.17a lid 5 van de horeca cao.
Wat moet ik zien als “eenzelfde bedrijf”? Als ik een bedrijf heb overgenomen, begin ik dan opnieuw te tellen?
Nee, als je een lopend bedrijf overneemt is sprake van opvolgend werkgeverschap. De medewerker behoudt dan dezelfde rechten en plichten en je telt het dienstverband ook voor het loyaliteitsverlof gewoon door. Blijft de medewerker dus hetzelfde werk doen bij hetzelfde bedrijf, maar verandert alleen de eigenaar van het bedrijf, dan blijft de medewerker zijn rechten houden. Twijfel je over de duur van het dienstverband? Neem dan contact op met de adviseurs van KHN Advies.
Werk/Privé balans
Kan mijn medewerker zijn overwerk- of meeruren nu altijd zelf opnemen?
Nee, op dit moment kan dat niet altijd. In de praktijk stemmen werkgever en werknemer heel vaak samen af over de opname van overwerk- of meeruren. Maar de cao legde de regie hierover volledig bij de werkgever. De nieuwe Horeca-cao geeft medewerkers meer mogelijkheden om de overwerk- of meeruren in tijd voor tijd op te nemen op een moment dat voor de medewerker goed uit komt. Maar er is nog steeds ruimte om als werkgever de regie te houden over de inzet van de meeruren. Dit kan bijvoorbeeld als jouw bedrijf te maken heeft met een seizoensgebonden patroon. Een bedrijf aan de kust zal de meer gewerkte uren in de zomer in moeten zetten ter compensatie in het najaar of de winter. In dat geval kan de werkgever een verzoek van een medewerker gemotiveerd afwijzen en kan de medewerker geen beroep doen op het zelf opnemen van de meeruren. Uiteraard kun je een verzoek ook gemotiveerd afwijzen als de bezetting al te laag is omdat andere collega’s vakantie hebben. Maar heb je over het algemeen een gelijk aanbod aan werk, dan heeft de medewerker wat meer mogelijkheden om zijn meeruren op te nemen op een gewenst moment en kan hiervoor een verzoek doen bij de werkgever. Dit verzoek moet wel tijdig worden gedaan voordat het rooster wordt vastgesteld en minimaal drie weken van tevoren.
Hoe kan de medewerker het verzoek tot opnemen van de overwerk- of meeruren doen?
De medewerker kan een verzoek doen bij de werkgever om de uren op te nemen op een gewenst moment. Dit verzoek moet wel tijdig worden gedaan voordat het rooster wordt vastgesteld en minimaal drie weken van tevoren, zodat hier rekening mee gehouden kan worden bij het maken van het dienst- en werkrooster. Een werkgever kan het verzoek gemotiveerd afwijzen als de bedrijfsvoering zich hiertegen verzet, zoals bijvoorbeeld bij seizoensgebonden bedrijven het geval kan zijn.
Mag ik een parttimer nog wel onbeperkt meeruren laten werken?
Er wordt een grens gesteld aan het aantal meeruren waartoe een medewerker kan worden verplicht. In de horeca cao 2024 was dit al zo bij fulltimers, in de nieuwe cao 2025-2026 geldt dit ook voor parttimers. Een parttimer kan binnen de referteperiode niet verplicht worden meer dan 10% aan meeruren te verrichten. Komt het aantal meeruren daarboven, dan mag de werknemer een verzoek tot meerwerk weigeren. Voor arbeidsovereenkomsten met een omvang minder dan 1040 uur per referteperiode geldt een afwijkend maximum van 104 uur aan meerwerk. Komt het totaal aantal meeruren daarboven, dan mag de werknemer een verzoek tot meeruren weigeren.
Mocht een medewerker er geen bezwaar tegen hebben om meer dan 10% meeruren te werken, dan mag je die medewerker gerust meer uren inroosteren. Let overigens wel op dat wanneer je een medewerker meer dan 30% per jaar verloond dan in zijn contract staat, dit gevolgen kan hebben voor de hoogte van de WW premie. Zie voor meer informatie onze website.
Arbeidsovereenkomsten
Zijn er ook nieuwe arbeidsovereenkomsten voor de horeca cao 2025/2026?
Ja, deze zijn hier te vinden. Er zijn een aantal zaken gewijzigd. Zo hoef je voortaan geen periodiek meer in te vullen en ook het invullen van het referentienummer is komen te vervallen.