ZZP & Schijnzelfstandigheid, wat zijn de regels?

22-10-2024
Horecamedewerker met iPad mini

Vanaf 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Werk je met zzp’ers die feitelijk als werknemer moeten worden aangemerkt, dan kun je te maken krijgen met correcties, naheffingen van loonheffingen en premies en – in bepaalde gevallen – een boete. Het is daarom belangrijk om kritisch te kijken naar de manier waarop je zzp’ers inzet binnen jouw bedrijf. 

Handhaving in 2026

Ook in 2026 handhaaft de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid. Het kabinet heeft aangegeven dat vergrijpboetes in beginsel alleen aan de orde zijn wanneer sprake is van opzet of grove schuld. Bijvoorbeeld wanneer overduidelijk sprake is van schijnzelfstandigheid, de ondernemer geen onderzoek heeft gedaan naar de arbeidsrelatie of bewust waarschuwingen negeert. Naast naheffingen kan in dergelijke gevallen een aanvullende boete worden opgelegd. 

Dit betekent niet dat er geen risico's zijn. Ook zonder boete kunnen ondernemers worden geconfronteerd met fiscale correcties, naheffingen en arbeidsrechtelijke claims als achteraf wordt vastgesteld dat sprake was van een dienstverband. 

Het zzp-dilemma

Veel horecaondernemers zijn op zoek naar argumenten om het inhuren van zzp’ers voor reguliere werkzaamheden mogelijk te maken. Veel voorkomende argumenten zijn:

  • Ze schrijven zichzelf in voor een shift en hebben daarmee keuzevrijheid.
  • Ze hebben eigen kleding aan en gebruiken soms eigen materialen.
  • Ze hebben een KvK-inschrijving.
  • Ze willen zelf graag als zzp’er werken.
  • Ze hebben winstoogmerk, want als ze geen goed werk leveren worden ze niet opnieuw ingehuurd.

Dat is begrijpelijk in een branche met een aanzienlijk personeelstekort. Maar het gaat er niet om hoe je als ondernemer aan jezelf kunt verantwoorden dat iemand als zzp’er werkt. Ook is niet doorslaggevend dat de werkende graag zzp’er wil zijn. De Belastingdienst, en uiteindelijk de rechter, kijken naar de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden. Niet iedereen die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of zichzelf als zzp’er beschouwt, wordt voor die opdracht ook als ondernemer aangemerkt. 

Temper-uitspraak onderstreept risico

De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in de Temper-zaak laat dit duidelijk zien. Het Hof oordeelde dat de werkenden die via het platform Temper opdrachten uitvoerden geen zelfstandigen waren, maar uitzendkrachten. Daarbij keek het Hof naar de feitelijke arbeidsrelatie en niet alleen naar de afspraken op papier. 

De uitspraak laat zien dat factoren zoals:

  • keuzevrijheid om een dienst te accepteren;
  • een inschrijving bij de Kamer van Koophandel;
  • het werken voor meerdere opdrachtgevers;
  • de wens van de werkende om als zzp’er te werken;

op zichzelf onvoldoende zijn om ondernemerschap aan te nemen. Uiteindelijk wordt gekeken naar het totaal van feiten en omstandigheden. 

Voor de horeca is dit een belangrijk signaal. Juist bij reguliere werkzaamheden zoals bediening, barwerkzaamheden, keukenwerk en afwaswerkzaamheden kan sprake zijn van werkzaamheden die zijn ingebed in de organisatie. Hoe meer het werk wordt verricht onder leiding en toezicht van de ondernemer, hoe groter het risico dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. 

Geen checklist, maar een totaalbeoordeling

Er bestaat geen eenvoudige checklist waarmee je kunt bepalen of iemand zzp’er is of werknemer. Geen enkel criterium is op zichzelf doorslaggevend. De Belastingdienst en de rechter beoordelen altijd het totaal van feiten en omstandigheden en kijken vooral naar hoe partijen daadwerkelijk samenwerken. 

Wel zijn er kenmerken die kunnen wijzen op zelfstandig ondernemerschap.

Kenmerken die kunnen wijzen op een zzp-opdracht

  • De werkende draagt commercieel risico. Bijvoorbeeld omdat hij of zij aansprakelijk is als het werk niet goed wordt uitgevoerd.
  • De werkende doet eigen investeringen voor het werk.
  • De vergoeding ligt duidelijk hoger dan wat vergelijkbare werknemers verdienen.
  • De werkende profileert zich actief als ondernemer, bijvoorbeeld via een website of eigen acquisitie.
  • Het gaat om een tijdelijke of afgebakende opdracht.
  • De werkende heeft meerdere opdrachtgevers.
  • De werkende kan zich vrij laten vervangen en doet dat in de praktijk ook.
  • De werkende bepaalt grotendeels zelf hoe het werk wordt uitgevoerd.
  • Er wordt gewerkt op basis van facturen.
  • Er is sprake van een concrete resultaatverplichting.

Kenmerken die kunnen wijzen op een dienstverband

  • Het werk wordt gedurende langere tijd verricht.
  • De ondernemer bepaalt wanneer en hoe het werk wordt uitgevoerd.
  • De werkzaamheden zijn hetzelfde als die van werknemers binnen het bedrijf.
  • Het gaat om structurele werkzaamheden die onderdeel zijn van de normale bedrijfsvoering.
  • De werkende moet het werk persoonlijk uitvoeren.
  • Er wordt betaald op basis van een vast uurloon of vaste vergoeding.
  • De vergoeding wijkt niet wezenlijk af van die van werknemers.
  • De werkende loopt weinig of geen ondernemersrisico.
  • De ondernemer zorgt voor materialen, apparaten en opleidingen.
  • Er is sprake van een inspanningsverplichting in plaats van een resultaatverplichting.

Maak een inventarisatie

Het advies van KHN is om een overzicht te maken van alle zzp’ers binnen jouw bedrijf. Beoordeel vervolgens per zzp’er hoe de werkzaamheden in de praktijk worden uitgevoerd en welke kenmerken aanwezig zijn.

Door tijdig inzicht te krijgen in de risico’s voorkom je verrassingen bij een controle van de Belastingdienst.