
Ja, een medewerker kan na een beëindigingsovereenkomst – ook wel vaststellingsovereenkomst (vso) – WW aanvragen. UWV beoordeelt uiteindelijk of de medewerker recht heeft op WW. Zorg daarom dat de overeenkomst zorgvuldig is opgesteld: de medewerker mag niet verwijtbaar werkloos worden en de juiste opzegtermijn moet worden aangehouden.
Voor WW moet de medewerker onder meer werkloos en beschikbaar voor werk zijn en aan de overige WW-voorwaarden voldoen. Daarnaast mag de medewerker niet verwijtbaar werkloos zijn geworden.
Neem daarom in de beëindigingsovereenkomst in ieder geval op dat:
UWV beoordeelt de aanvraag en beslist of de medewerker recht heeft op WW.
De WW gaat niet altijd direct na de einddatum van de vso in. UWV houdt rekening met de fictieve opzegtermijn: de opzegtermijn die de werkgever had moeten aanhouden op grond van de wet, de arbeidsovereenkomst of de cao.
Spreken werkgever en medewerker een te vroege einddatum af? Dan kan de medewerker in de periode tot het einde van de fictieve opzegtermijn nog geen WW ontvangen.
Ook een tijdelijk contract zonder tussentijds opzegbeding kan met wederzijds goedvinden eerder eindigen. Voor de WW heeft dit wel een belangrijk gevolg: UWV gaat er doorgaans van uit dat de medewerker pas vanaf de oorspronkelijke einddatum van het tijdelijke contract werkloos is.
Is de medewerker ziek of deels arbeidsongeschikt? Sluit dan niet zonder voorafgaand juridisch advies een beëindigingsovereenkomst. Dit kan gevolgen hebben voor WW, Ziektewet of WIA.
Heb je vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met de adviseurs van KHN Advies via 0348 48 94 89 of per mail: khnadvies@khn.nl.