De situatie over de openbare orde en criminaliteit

Criminaliteit schaadt de horeca. Op landelijk niveau zijn er verschillende initiatieven van het ministerie van Justitie en Veiligheid waar KHN in deelneemt. Als deelnemer van de Taskforce Overvallen organiseert KHN met subsidie jaarlijks overvalpreventie- en agressie-trainingen in het land. Als deelnemer in het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing is KHN betrokken bij de landelijke aanpak voor criminaliteit tegen bedrijven.

Als het gaat om uitgaansgebieden wordt er door KHN op lokaal niveau vrijwel altijd samengewerkt met de gemeente en lokale politie. Afspraken worden gemaakt in een convenant of via een zogenaamde Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU). De laatste jaren zien we een toename van geweldsincidenten waarbij (vaak na sluitingstijd) wordt geschoten op een (horeca)bedrijf of een handgranaat wordt neergelegd of aan de deur wordt bevestigd. Vaak wordt het (horeca)bedrijf vervolgens voor langere tijd door de burgemeester gesloten om onderzoek te doen en vanwege ‘gevaar voor de openbare orde’. In sommige gevallen duurt dat maanden, terwijl gemeente en politie dan nota bene bevestigen dat de ondernemers geen verwijt kan worden gemaakt van het geweldsincident en hun veiligheidsmaatregelen op orde hebben. Criminelen lijken dus in te spelen op een standaard reactie vanuit gemeente om tot sluiting over te gaan. Onbedoeld worden criminelen daarmee in de kaart gespeeld.

Ondermijning, een toenemende verwevenheid tussen ‘onderwereld’ en ‘bovenwereld’, is een ‘hot item’ bij politie en justitie. In samenwerking tussen publieke partijen en private wordt ingezet op een breed pallet aan maatregelen, deels in regelgeving, om ondermijning tegen te gaan. Zo is er onder andere sprake van een plan om contante betalingen vanaf 3000 euro te verbieden met het doel om daarmee witwassen tegen te gaan.

Standpunt KHN over de openbare orde en criminaliteit

• Horecaondernemers hebben een gezond eigenbelang om te investeren in de veiligheid van hun zaak voor hun gasten, hun medewerkers en zichzelf. Samenwerking met andere ondernemers, politie en gemeente is cruciaal. Een goed voorbeeld is de hierboven genoemde KVU.
• Er moet een eerlijke verantwoordelijkheidsverdeling zijn tussen partijen: de verantwoordelijkheid van een ondernemer houdt niet op bij de drempel van zijn bedrijf, maar hij is niet verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde. Het handhaven van de openbare orde is primair een taak van de overheid.
• Bij sluitingen vanwege ernstige geweldsincidenten (schieten/granaten) is een sluiting voor korte tijd voor onderzoek te rechtvaardigen. Er moet wel altijd maatwerk plaatsvinden. Een generieke sluitingsduur is uit den boze. Als blijkt dat de ondernemer geen blaam treft en geen verwijt kan worden gemaakt dan moet een horecabedrijf zo snel mogelijk weer open. Mocht een horecabedrijf langer dan een maand gesloten worden gehouden door het openbaar bestuur terwijl de ondernemer geen enkel verwijt kan worden gemaakt, dan moet de schade worden vergoed. De rijksoverheid moet daarvoor een noodfonds oprichten.
• Nieuwe initiatieven en regelgeving die ondermijning moeten tegengaan moeten geen onevenredige belasting gaan worden voor de ondernemers die zich niet schuldig maken aan criminele activiteiten. Dan gaan de ‘goeden’ namelijk leiden onder de ‘slechten’. Een verbod op contant geld vanaf 3000 euro gaat witwassen niet of nauwelijks tegen terwijl het horecaondernemers onevenredig belemmert in het ondernemerschap.