Het kabinet verhoogt per 1-1-2023 het wettelijke minimumloon met zo’n 10%, de arbeidskorting voor de loonheffing wordt hoger waardoor er netto meer overblijft (NOS.nl). Ook de zorg- en huurtoeslagen gaan omhoog. Energieheffingen worden juist lager. Daar staat tegenover dat de mkb-winstbelasting en de heffingen DGA en aanmerkelijk belang hoger worden. De winstbelasting specifiek voor ‘mijnbouw’ (gas en olie etc.) wordt hoger. Wij constateren dat er over lagere werkgeverslasten in de berichtgeving nog niet wordt gesproken. Daarmee worden de lasten op ondernemers afgewenteld.

Geen tijd om het hele artikel te lezen? Dit zijn de belangrijkste punten:

  • Het kabinet verhoogt per 1-1-2023 het wettelijke minimumloon met zo’n 10%
  • De arbeidskorting voor de loonheffing wordt hoger waardoor er netto meer overblijft
  • De zorg- en huurtoeslagen gaan omhoog
  • Energieheffingen worden juist lager
  • De mkb-winstbelasting en de heffingen DGA en aanmerkelijk belang hoger worden.
  • Wij constateren dat er over lagere werkgeverslasten in de berichtgeving nog niet wordt gesproken. Daarmee worden de lasten op ondernemers afgewenteld.

Wettelijk minimumloon

Het kabinet was al van plan het wettelijk minimumloon (WML) per 1-1-2023 met zo’n 6% te verhogen en vervolgens in 2024 en 2025 nog eens met twee stappen van 2,5%. Dat wordt, volgens de eerste berichten, nu een verhoging ineens van zo’n 10% per 1-1-2023. Dat heeft natuurlijk impact op de loonkosten. De meeste vakvolwassen horecavakkrachten hebben al een loon boven het WML. Dan valt de verhoging van het WML nog binnen het feitelijke loon zonder extra kosteneffect. De horeca-cao is een minimum-cao.

De horeca-cao kent geen koppeling WML met de rest van het loongebouw. Een verhoging met 10% betekent dat na de eerste loongroepen I en II ook loongroep III op het WML start. Dat heeft verder geen effect op de (basis)lonen van de andere loongroepen. Uiteraard werkt de verhoging van het WML wel door in de afgeleide jeugdlonen.

Lonen cao horeca per 1 januari 2023

Vakvolwassen vakkrachten die langer dan een jaar in dienst zijn, hebben volgens de horeca-cao per 1 januari 2023 aanspraak op een periodiek van 2%. Daarnaast ontvangen alle vakkrachten een loonsverhoging van 2% volgens de horeca-cao. De uitkomst wordt in de lagere loongroepen getoetst aan het nieuwe wettelijke minimumloon. Voor alle medewerkers wordt de inhouding van loonbelasting lager en bij voldoen aan de voorwaarden de toeslagen voor zorg en huur hoger. Ook de combinatiekorting wordt bij voldoen aan voorwaarden hoger. Voor burgers met een minimum inkomen wordt een energietoeslag in 2023 herhaald.

Per saldo is de kosten-impact van een hoger WML op de horeca -gelet op het minimumkarakter van de cao- beperkt. Uiteraard komen dergelijke forse kostenstijgingen nooit op een geschikt moment. Met de cao is afgesproken in 2023 de omschrijving van functies en het loongebouw te evalueren en te vereenvoudigen. De lopende afspraken blijven gewoon staan. De cao horeca loopt van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023 en geldt voor leden en niet-leden door de algemeen verbindend verklaring door de Minister van SZW.

KHN: nog geen lagere werkgeverslasten in beeld

Een onderbelicht punt en nog niet in de berichten gelezen is de compensatie in werkgeverslasten. Minder werkgeverslasten op lagere lonen was destijds onderdeel van het door het kabinet overgenomen SER-advies op het punt van een hoger WML. Dat zal nog gerealiseerd of meegewogen moeten worden. De lasten voor arbeid voor werkgevers zijn erg hoog in Nederland. Niet alle rekeningen van de crises kunnen op ondernemers afgewenteld worden. Het is dan ook zaak om te zorgen dat er een compensatie komt van werkgeverslasten, om te zorgen dat deze groep, die ook zwaar wordt getroffen, nog wel marge kunnen maken en toekomstperspectief zien.

Voor KHN en de horeca is daarnaast relevant dat het kabinet in zijn algemeenheid forse stappen zet om de algehele koopkracht te steunen. Maar nogmaals: dat mag niet alleen ten koste van de ondernemers gaan.