De uitspraak in kort geding over min-uren bij flexibele contracten Wibra op hun CAO is niet een-op-een te vertalen naar de CAO horeca. De flexibele contracten volgens de CAO die Wibra moet volgen, kennen een relatief kleine bandbreedte over een beperkte periode en hebben betrekking op een deel van het personeel. Het is een toets in kort geding dat geen algemene werking heeft.

De Wibra-uitspraak is een individuele zaak. Dat mag je niet zomaar vertalen naar andere zaken. De CAO horeca kent een nul-urencontract voor de invalkracht nul-uren en daar speelt de problematiek niet. Dat is binnen de horeca een grote groep. Voor hen stopt de loonbetaling zonder verdere gevolgen als er geen werk is. Verder is de toets binnen de CAO horeca op min-uren door KHN al eerder uitgelegd. Deze KHN-uitleg doorstaat die rechtelijke toets. Dat neemt niet weg dat er tussen werkgever en werknemer onderling in overleg in alle redelijkheid aanvullende afspraken zijn of worden gemaakt.

Voor de KHN-positie zie: Hoe zit het met minuren in tijden van corona? (khn.nl).