Clubs & Nightlife bedrijven krijgen de rekening gepresenteerd van een zwalkend en risicomijdend overheidsbeleid; zij moeten - als enige (sub)sector in Nederland - tot 1 november geheel gesloten blijven. Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is absoluut niet te spreken over de vervolgstappen in het heropeningsplan van het kabinet. Het achterstellen van horecaondernemers - zonder deugdelijke onderbouwing - gaat onverminderd door en is onacceptabel. Nu perspectief voor de horeca opnieuw uitblijft, heeft KHN na een zorgvuldige overweging het besluit genomen om in samenwerking met OAC (Overleg Amsterdamse Clubs) en Nachtbelang naar de rechter te stappen. Het gerenommeerde advocatenkantoor Nauta Dutilh behartigt in deze procedure de belangen van KHN. De dagvaarding, met als doel om bij de eerstvolgende ronde versoepelingen – vooralsnog 20 september 2021 - Clubs & Nightlife bedrijven open te stellen onder dezelfde voorwaarden als overige horeca, evenementen, sportwedstrijden en de culturele sector, is vandaag uitgegaan.

KHN start kort geding tegen de Staat vanwege ongelijkheid

De verplichte sluiting van Clubs & Nightlife bedrijven en de aanhoudende restricties voor de horeca drukken disproportioneel op de branche. Keer op keer blijft perspectief uit met als gevolg dat veel horecaondernemers tegen enorme (financiële) problemen aanlopen. Clubs & Nightlife bedrijven moeten tot 1 november hun deuren gesloten houden, terwijl er binnen andere branches vanaf 20 september 2021 meer mogelijkheden zijn met een coronatoegangsbewijs. De uitzonderingspositie waarin nachtclubs en discotheken worden geplaatst is willekeurig, zonder deugdelijke motivering en belast de betrokken ondernemers onevenredig.

Grote willekeur in kabinetsbeleid

Het is ongekend dat deze groep ondernemers zonder deugdelijke onderbouwing als enige geen gebruik kan maken van open zijn met coronatoegangsbewijzen. Ook de uitgaanshoreca (kroegen/cafés) wordt, met een sluitingstijd van 00.00 uur en het niet meer kunnen gebruiken van testen voor toegang, ongemeen hard geraakt. Toch mogen zij vanaf 20 september (als de versoepelingen doorgang vinden) - zonder maximumaantal - bezoekers ontvangen, mits zij een coronatoegangsbewijs kunnen tonen. Er mag alcohol geschonken worden, er mag muziek gespeeld worden en de 1,5 meter regel geldt niet. Een nachtclub en discotheek mag datzelfde niet. Enig relevant verschil is niet aan te wijzen.

De willekeur houdt hier niet op. Waar een danscafé tot 1 november gesloten moet blijven, mag de Grand Prix in Zandvoort, waar begin september gedurende drie dagen ca. 70.000 bezoekers per dag worden verwacht en waar geen 1,5 meter afstand gehouden hoeft te worden, wél doorgaan. Daar is KHN overigens ook voor. Maar de willekeur is eenvoudigweg niet uit te leggen. Zelfs niet aan de overige sectoren binnen de horeca, waar nog steeds restricties gelden, bijvoorbeeld voor het internationale toerisme, bruiloften en partijen.

Onderste steen boven

KHN wil middels dit kort geding recht doen aan het onrecht dat veel horecaondernemers wordt aangedaan. Zo wordt de nachthoreca verantwoordelijk gehouden voor de besmettingen in juli, terwijl algemeen bekend is dat een groot aantal besmettingen te herleiden is naar het gevaarlijke ‘Dansen na Janssen’ beleid van het kabinet. Die besmettingen zijn nooit inzichtelijk gemaakt, maar worden gemakshalve wel aan de nachthoreca en festivals toegeschreven.

KHN wil daarom de feiten inzien waarop het kabinet baseert dat er geen versoepelingen mogelijk zijn. De rekening wordt op dit moment opnieuw bij de horeca neergelegd, maar het is onduidelijk hoe de bewindspersonen tot hun beslissingen komen en vooral welke feiten daaraan ten grondslag liggen. KHN wacht niet op de eventuele uitkomst van een coronadebat, maar neemt zelf het initiatief om de een spoedige heropening van Clubs & Nightlife te bewerkstelligen.