KHN over nieuwe Wet arbeidsmarkt: werkgeversrisico’s horeca uit balans

10-04-2018

KHN kritisch over de plannen hervorming arbeidsmarkt

 

KHN is kritisch over de plannen van minister Koolmees van Sociale Zaken om de arbeidsmarkt te hervormen. Met de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) wil hij werkenden meer zekerheid bieden. De aangekondigde maatregelen hebben een grote impact op de horeca.

De plannen van Koolmees werden op 10 april 2018 openbaar gemaakt voor een internetconsultatie. De komende tijd kan iedereen er commentaar op leveren. De nieuwe wet zou per 1-1-2020 ingaan.

Meer loonkosten voor werkgever

De plannen leiden tot meer zekerheid voor werknemers en meer loonkosten en premies voor horecaondernemers. Horecaondernemers moeten loon betalen als er geen werk is en de omvang van het contract elke 12 maanden vastzetten, ook al is er dan geen werk meer. KHN: Het werkgeversrisico voor horeca en vrije tijd wordt met deze wet weer groter. De loonkosten stijgen en er is minder regelruimte bij pieken en dalen.

De belangrijkste wijzigingen van de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans:

 

  • ‘Flex werken’ hoger belast
    Waar in Nederland gemiddeld de verhouding vast-flex zo’n 70-30 is, is dat in de horeca 30-70. ‘Flex werken’ (alles wat niet elk loontijdvak voor onbepaalde tijd vast is en dus niet of niet eenduidig vastgelegd) is een gegeven. Dat komt door de momenten waarop de gast er wel of niet kan zijn en zijn beleving wil. In de plannen wordt ‘flex werken’ belast met een zeer hoge ww-premie. ‘Vast werken’ wordt met een lage ww-premie belast. KHN vindt dit verschil niet in balans. Het verschil wordt niet door uitkeringslasten bepaald, maar door de stemmingmakerij tegen ‘flex werken’. Met deze plannen moeten horecaondernemers meer premies betalen, daar worden horecawerkgevers slechter van en er komt geen cent van bij de betreffende werknemers.

  • Wisselende en onzekere uren
    Wanneer de arbeidsomvang niet of niet eenduidig is vastgelegd, heeft de werknemer elke 12 maanden recht op het vastzetten van het 12-maandsgemiddelde. Dat moet ook worden uitbetaald, ook al is het werk niet meer voorhanden. Bovendien moet uiterlijk 4 dagen tevoren het rooster vaststaan. Als dat door omstandigheden binnen die 4 dagen komt te vervallen, moeten de uren worden uitbetaald. Uiteraard belast tegen de hoge ww-premie.

  • Bepaalde tijd en onbepaalde tijd
    In de nieuwe wet mag je als horecaondernemer 3 bepaalde tijd contracten in 3 jaar met een medewerker afsluiten (dat was voorheen 3 contracten in 2 jaar). Bij onbepaalde tijd wordt een proeftijd van 5 maanden mogelijk. Het verbod op proeftijd bij contracten van 6 maanden of korter blijft. Daar staat tegenover dat de transitievergoeding altijd vanaf de eerste dag van in diensttreden wordt berekend. Dat is nu nog als de diensttijd 24 maanden of meer is.

  • Ontslag bij onbepaalde tijd mag ook bij combinatie van ontslaggronden Keerzijde is dat de rechter beslist en in die gevallen de vaste transitievergoeding met maximaal 50% mag verhogen.

  • Transitievergoedingen (soms via het UWV vergoed)
    De transitievergoedingen bij ontslag na twee jaren ziek wordt via het UWV vergoed en betaald uit een opslag op de werkgeverspremie. Voor kleine werkgevers wordt een transitievergoeding ook vergoed als door arbeidsongeschiktheid of pensioneren van de ondernemer ontslag door bedrijfsbeëindiging. Ook dit wordt betaald uit een opslag op werkgeverspremies. De transitievergoeding is ongeacht de duur van de dienstbetrekking een derde maandsalaris per dienstjaar. Van het makkelijk verrekenen van scholingskosten is niets te lezen.

  • Loondoorbetalen bij ziekte
    KHN ziet nog geen plannen om de werkgever te ontzorgen bij de verplichtingen rond de loondoorbetaling bij ziekte.

En nu?
De tekst van de conceptwet volgt uit het regeerakkoord. KHN gaat zich inzetten om haar standpunten kenbaar te maken en het wetsvoorstel dat nu ter consultatie voorligt aan te laten passen.

Terug