Veiligheid

KHN streeft naar gezond ondernemerschap binnen een veilige omgeving waarbij de veiligheid van gast, werknemer en ondernemer is gewaarborgd.

Nieuws

KHN-voorzitter bij De Hofbar: bescherm horecaondernemers beter bij geweldsincidenten

14-03-2019
-

Verschillende horecaondernemers zijn de dupe van kwaadwillenden die een handgranaat voor hun deur leggen. KHN wil dat deze horecaondernemers beter beschermd worden.

Pinnen is in, maar contant betalen kan nog in bijna elke horecazaak

26-02-2019
-

88 procent van de horecaondernemers accepteert zowel contant geld als pinbetalingen

Vier en drie jaar cel voor ’hotelpiraten’

29-01-2019
-

Het stel is volgens de rechtbank schuldig aan het ’geraffineerd’ samenwerken bij het logeren en eten zonder te betalen in talrijke hotels.

Meld uw beveiligingscamera aan bij de politie

29-10-2018
-

Door uw beveiligingscamera's aan te melden bij de politie, helpt u de poilitie bij het oplossen van inbraken, overvallen en andere misdrijven.

KHN-voorzitter bij EenVandaag: sluiten horecazaken na beschieting werkt averechts

16-10-2018
-

KHN-voorzitter Robèr Willemsen pleitte er in het tv-programma EenVandaag voor dat burgemeesters niet standaard een horecazaak sluiten na een geweldsincident.

Vraag & antwoord

Moet je de RI&E laten toetsen door een arbodeskundige?

Een Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) is verplicht voor ieder bedrijf dat medewerkers in dienst heeft. Moet je deze laten toetsen door een arbodeskundige? En wie controleert of er een RI&E is? Moet je elk jaar de RI&E aanpassen? KHN geeft antwoord.

Wanneer je minder dan 25 medewerkers in dienst hebt, en gebruik maakt van de erkende RIE die beschikbaar is op www.rie.nl/instrumenten/horeca dan hoef je jouw Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) niet meer afzonderlijk te laten toetsen door een arbodeskundige.  

Je herkent de goedkeuring aan het RI&E erkenningsicoontje:

Vijf stappen

Ieder bedrijf met medewerkers in dienst moet een RI&E hebben. Het opstellen van een RI&E is één van de belangrijkste verplichtingen voor een werkgever uit de Arbowet. Kort gezegd zijn er vijf stappen; het inventariseren en evalueren van de risico’s, het schrijven van een plan van aanpak, het toetsen van de RI&E door een arbodeskundige en vervolgens de medewerkers informeren over de inhoud van de RI&E.

Controle RI&E

De Inspectie SZW controleert of er een actuele RI&E aanwezig is, of dit de erkende versie is en of jouw medewerkers op de hoogte zijn van de inhoud van de RI&E. Het niet hebben van een RI&E leidt op dit moment niet direct tot een boete. Je krijgt eerste drie maanden de tijd om alsnog een RI&E op te stellen en te laten toetsen.

RI&E Horeca

Heb je nog geen RI&E? Je kunt via deze link een RI&E Horeca opstellen.

Moet je jouw RI&E elk jaar aanpassen?

In de arbowet is niet opgenomen hoe vaak een RI&E moet worden aangepast. Je moet jouw RI&E aanpassen als er iets in de bedrijfsvoering verandert of als de werkomstandigheden daar aanleiding toe geven. Bijvoorbeeld bij een ingrijpende verbouwing, een wijziging in taken van werknemers, andere machines (in de keuken bijvoorbeeld) of uitbreiding van uw diensten. Je moet ervoor zorgen dat jouw RI&E en bijbehorende plan van aanpak altijd actueel en getoetst is.

Checklist gezondheidsrisico’s

Heb je voor ten hoogste 40 uur per week personeel in dienst, inclusief medewerkers die je inleent via derden? Dan hoef je geen volledige RI&E te hebben, maar kun je volstaan met de checklist gezondheidsrisico’s. In tegenstelling tot de RI&E hoeft de checklist gezondheidsrisico’s niet getoetst te worden. De checklist gezondheidsrisico’s kun je hier downloaden.

Vragen?

Heb je nog vragen over RI&E? Mail naar KHN Advies of bel naar 0348 48 94 89 (tussen 08.30 en 17.00 uur).

Moet je elektrische installaties regelmatig laten keuren?

Ben je verplicht om elektrische installaties zoals airconditioning, keukenapparatuur en verlichting regelmatig te laten keuren? Wie moet de inspectie uitvoeren? En hoe vaak moet dit plaatsvinden? KHN geeft antwoord!

 

Wanneer je een verzekering afsluit, is het van belang om de polisvoorwaarden goed door te nemen. Verzekeraars leggen namelijk altijd bepaalde preventiemaatregelen op. Dit zijn bepaalde maatregelen die je moet nemen om de risico’s zo veel mogelijk te beperken. Een van die preventievoorschriften die je van de meeste verzekeraars moet treffen, is de verplichting om de elektrische installaties conform de NEN-bepalingen periodiek te laten inspecteren. 

Let op de polisvoorwaarden 

Voldoe je niet aan de de polisvoorwaarden van de verzekering, dan loop je het risico dat de verzekeraar niet uitkeert als je bijvoorbeeld brand hebt gehad. Zorg er daarom voor dat je op de hoogte bent van de inhoud van de polisvoorwaarden. Let daarbij onder meer op de volgende zaken:  

  1. Controleer hoe vaak de elektrische installaties geïnspecteerd moeten worden. Meestal is dit iedere 3 tot 5 jaar.
  2. Controleer of de verzekeraar aanvullende eisen stelt aan het inspectiebedrijf. Zo kan het voorkomen dat het inspectiebedrijf aangesloten moet zijn bij een branchevereniging. Een ander veelvoorkomende voorwaarde is dat het inspectiebedrijf is gecertificeerd.
  3. Meestal eisen polisvoorwaarden dat de inspectie voldoet aan de NEN-normen. NEN 1010 gaat over de veiligheidsvoorschriften bij laagspanningsinstallaties en NEN 3140 gaat over de manier waarop de elektrische installatie dient te worden geïnspecteerd. Blijkt uit de inspectie dat er iets aangepast of veranderd moet worden, zorg er dan voor dat je dit advies opvolgt.
  4. Bewaar de inspectierapporten.

KHN Zekerheidspakket

Met het KHN Zekerheidspakket ben je voor alle meest voorkomende schades verzekerd. Het pakket bestaat uit exclusieve dekkingen specifiek gericht op de risico's die jij als ondernemer in de horeca loopt. Meer weten? Kijk op khnverzekeringen.nl.

Vragen? 

Wil je meer weten? Neem dan contact op met de adviseurs van KHN Advies via 0348 48 94 89 of per mail: khnadvies@khn.nl.

Beeld: Uneto-Vni

Hoe voldoet mijn horecabedrijf aan de gestelde brandveiligheidseisen?

Hoe zorg je ervoor dat jouw horecabedrijf voldoet aan de gestelde brandveiligheidseisen? Aan welke richtlijnen en voorschriften moet je je houden? KHN geeft advies.

Concrete richtlijnen en voorschriften met betrekking tot brandveiligheid zijn geregeld in het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening.

Aanvullende voorschriften

Naast het bouwbesluit zijn er per gemeente aanvullende voorschriften en richtlijnen opgesteld in de zogenaamde gemeentelijke bouwverordening. Hierin wordt naast het 'brandveilig bouwen' ook het 'brandveilig gebruik' geregeld. Denk hierbij onder meer aan de volgende zaken:

  • Plaatsing van gebouwen ten opzichte van elkaar
  • Bereikbaarheid van brandweervoertuigen
  • Beschikbaarheid van bluswater
  • Aanwezigheid, inrichting en instandhouding van een brandmeldinstallatie en ontruimingsinstallatie
  • Maximale aantal personen dat in relatie tot de bouwkundige en niet-bouwkundige eisen in een gebouw of een gedeelte daarvan aanwezig mag zijn
  • Inrichting van een gebouw

Wanneer gebruiksmelding?

Landelijk is het verplicht om een gebruiksmelding te doen als meer dan 50 bezoekers in een gebouw of bouwwerk tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn. Voor een hotel geldt deze verplichting al als aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig onderdak wordt verschaft. De voorwaarden in deze vergunning worden op maat gesneden door de brandweer. De vergunning heeft een zaakgebonden karakter. De feitelijke exploitant van het gebouw dient de aanvraag hiervoor in.

Controle brandweer

Na een melding kan de gemeente of de brandweer komen controleren of het gebruik van het bouwwerk aan de algemene eisen van het bouwbesluit 2012 en eventuele opgelegde nadere eisen voldoet. De controle kan plaatsvinden voordat het gebouw in gebruik wordt genomen of ook daarna.

De gemeente heeft de bevoegdheid om controles uit te laten oefenen en handhavend op te treden en kan in voorkomende gevallen de eigenaar of exploitant aanschrijven als het bouwwerk niet (meer) voldoet aan de technische bouwvoorschriften of de in de gebruikersvergunning gestelde eisen voor het brandveilig gebruik.

Vragen?

Als je vragen hebt over jouw horecabedrijf en wat de specifieke eisen zijn in jouw gemeente, kun je de brandweer hiervoor om advies vragen.

Hoe vaak moet je jouw brandblusmiddelen laten controleren?

Hoe vaak moet je volgens de wet jouw brandblusser laten controleren? En is er een verschil tussen het type blusmiddel? KHN geeft antwoord en advies.

Er wordt in de wet onderscheid gemaakt tussen draagbare en verrijdbare blusmiddelen en brandslanghaspels en pompinstallaties. Als je wettelijk verplicht bent om deze middelen in jouw bedrijf te hebben, moet je deze middelen periodiek en adequaat onderhouden en laten keuren. Als ondernemer moet je in ieder geval zelf in de gaten te houden dat de blusmiddelen nog aanwezig zijn én goed bereikbaar zijn.

Draagbare en verrijdbare blusmiddelen
Draagbare en verrijdbare blusmiddelen, zoals een handblusser, moeten tegenwoordig minimaal eens per twee jaar gecontroleerd worden door een deskundige. Dit schrijft de wet voor. Er zijn echter brand- en opstalverzekeringen die jaarlijkse controle van deze blusmiddelen voorschrijven. Kijk dus altijd jouw polisvoorwaarden na of neem contact op met jouw verzekeringsadviseur.

Vaste blusmiddelen
Vaste blusmiddelen, zoals een brandslanghaspel, moeten minimaal jaarlijks worden gecontroleerd door een deskundige. Hierbij wordt niet alleen de werking van het blusmiddel gecontroleerd, maar ook de werking van de keerklep en het risico op legionella.

KHN-korting op brandblusmiddelen
Leden van KHN ontvangen tot 40% korting op brand- en beveiligingsproducten van Chubb Fire & Security.

Vragen?
Wil je meer weten? Neem dan contact op met de adviseurs van KHN Advies via 0348 48 94 89 of per mail: khnadvies@khn.nl.

Mag je een bewakingscamera in jouw bedrijf plaatsen?

Waar moet je op letten als je een camera in jouw bedrijf plaatst? Aan welke voorwaarden moet je denken? Waar mag je de beelden voor gebruiken? KHN geeft antwoord!

Het inzetten van bewakingscamera’s is toegestaan als dit noodzakelijk is. Het doel moet niet op een andere manier kunnen worden bereikt met een minder ingrijpend middel. Het inzetten van bewakingscamera’s staat op gespannen voet met de privacy van de medewerkers. Het bedrijfsbelang moet daarom opwegen tegen het privacybelang van de medewerkers. Je moet ervoor zorgen dat de inbreuk op de privacy van de medewerkers zo klein mogelijk is. Zo mag je bijvoorbeeld geen camera’s ophangen in de omkleedruimte van het personeel. 

Doel
Er moet sprake zijn van het inzetten van bewakingscamera’s om een van de volgende redenen:

  • Bescherming van de veiligheid en gezondheid van personen
  • Beveiliging van toegang tot gebouwen en terreinen
  • Bewaking van zaken die zich bevinden in de gebouwen of terreinen
  • Controle op productieproces
  • Vastleggen van incidenten

Informeren 
Je moet het cameratoezicht melden bij het CBP, tenzij je hiervan bent vrijgesteld. Wanneer je jouw camera’s duidelijk zichtbaar inzet en gebruikt op de voorgeschreven wijze, hoef je het cameratoezicht niet te melden.

Let op!
De bewakingscamera’s zijn bedoeld voor een van bovengenoemde doeleinden. Dit betekent dat je de camerabeelden niet kunt gebruiken om medewerkers aan te spreken op hun functioneren.

Melden?
Wanneer je een ondernemingsraad of een personeelsvertegenwoordiging heeft, dien je toestemming te vragen om de camera’s in te zetten. Daarnaast dien je jouw medewerkers en gasten te informeren dat je gebruikmaakt van bewakingscamera’s. Dit kun je bijvoorbeeld doen door borden op te hangen in jouw bedrijf. Bovendien is het aan te raden om de inzet van bewakingscamera’s op te nemen in jouw huisregels voor het personeel.

Korting op horecapakketten camerabewaking en inbraakalarm
Als lid van KHN krijgt u veel korting op de All-Right Security horecapakketten voor camerabewaking en inbraakalarm.

Vragen?
Neem contact op met de adviseurs van de KHN Advies via 0348 48 94 89 of mail naar khnadvies@khn.nl.

Ben ik aansprakelijk voor diefstal van gasteneigendommen uit mijn garderobe?

In veel horecabedrijven hangt er in de garderobe een bordje waarop staat dat de directie niet aansprakelijk is bij diefstal of vermissing van kledingstukken. Mag dat? KHN geeft antwoord.

Als een gast zijn jas afgeeft bij een betaalde en bewaakte garderobe ontstaat een overeenkomst van bewaarneming. Jij bent dan verantwoordelijk voor de in bewaring gegeven jas. Je bent dan verplicht om zorgvuldig om te gaan met hetgeen aan jou in bewaring is gegeven.

Aansprakelijk?

Afhankelijk van de vraag hoever jouw zorgvuldigheid gaat, kun je door de gast aansprakelijk worden gesteld voor de schade veroorzaakt door verlies of diefstal.

Gratis garderobe

Is jouw garderobe gratis en ook niet verplicht, dan hangt het van de situatie af wie aansprakelijk is. In de meeste gevallen is er dan geen sprake van een overeenkomst van bewaarneming tussen jou en de gast. Het risico van verlies of diefstal is in dat geval voor rekening van de gast.

Als een gast verplicht is om zijn jas af te geven ligt de zaak anders. Het maakt dan ook niet uit of men wel of niet heeft betaald voor het gebruik van de garderobe en je kunt dan door de gast aansprakelijk gesteld worden voor de schade.

Wat kun je nu doen om de schade te beperken?

  1. Hang altijd duidelijk zichtbaar een bordje boven de garderobe waarop je aansprakelijkheid afwijst. Het is niet zo dat je door het ophangen van zo'n bordje met zekerheid alle aansprakelijkheid kunt uitsluiten, maar gasten zullen door dit bordje eerder twijfelen of zij u aansprakelijk kunnen stellen. Daarnaast zet het jouw gasten aan het denken over de waarde van de eigendommen die ze bij de garderobe achterlaten. Indien de garderobe bewaakt is, of indien je de jassen van de gasten in de zaal aanneemt om ze vervolgens elders op te hangen, valt aansprakelijkheid praktisch niet uit te sluiten (ook al hangt je een bordje op). In een café waar de gast de jas bij binnenkomst zelf in de gang ophangt, kàn de kwestie weer anders liggen. In alle gevallen wordt echter van je verwacht dat je uiterste zorgvuldigheid betracht.

  2. Op het bordje moet staan: 'De directie is niet aansprakelijk voor diefstal of verlies van uw eigendommen.' Een bordje waarop staat dat de directie zich niet aansprakelijk stelt voor het verlies van eigendom is fout. Je stelt zichzelf immers niet aansprakelijk; dat doet de gast!

  3. Laat de kwestie door jouw verzekering oplossen. Je voorkomt hiermee dat je met de gast in conflict komt over de waarde van de verloren goederen en de hoogte van de vergoeding. Jouw verzekeraar is immers een expert op het gebied van het bepalen van de hoogte van de vergoeding en de mate van aansprakelijkheid.

  4. Vraag ook altijd naar de aankoopbon van het vermiste goed. Zo kun je voorkomen dat je een te hoge vergoeding betaalt. Geef aan dat, indien de gast het bonnetje niet kan tonen, je niet de nieuwwaarde van de jas kunt vergoeden.

  5. In sommige situaties is het erg moeilijk om nu te bepalen wie aansprakelijk is voor de diefstal. Om nu beide partijen enigszins tegemoet te komen zonder dat je de volledige schade moet vergoeden, kun je wellicht overwegen (een deel van) het zojuist door de gasten genoten diner niet in rekening te brengen en de kwestie daarmee op te lossen.

  6. Een gast behoort je te waarschuwen indien de goederen die hij in bewaring geeft een buitensporige waarde hebben. Waarschuwt de gast je niet, dan hoef je niet altijd gehouden te zijn de hele schade te vergoeden.

Wat moet ik doen als er zich in mijn bedrijf een bedrijfsongeval voordoet?

Als werkgever moet u uw medewerkers een veilige werkplek bieden. Maar wat als er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een ongeluk gebeurt? Wanneer bent u aansprakelijk? KHN geeft antwoord.

U bent wettelijk verplicht om te zorgen voor een veilige werkomgeving. De werkplek van uw medewerkers moet u zo inrichten en onderhouden dat zij veilig hun werk kunnen uitvoeren en tegen elk mogelijk gevaar zijn beschermd. Deze regels gelden niet alleen voor mensen in loondienst, maar ook voor uitzendkrachten.

Wanneer is er sprake van een bedrijfsongeval?
Wanneer uw werknemer te maken krijgt met een ongeluk op het werk. Bijvoorbeeld een ongeluk met een machine, van een trap valt, iets zwaars tilt of uitglijdt over een gladde vloer.

Wanneer bent u aansprakelijk?
Of u aansprakelijk bent voor het bedrijfsongeval, hangt af van verschillende factoren. Is het bedrijfsongeval veroorzaakt door een onveilige werkomgeving of een gebrek aan goede instructies en eventueel toezicht? Dan bent u aansprakelijk. U bent niet aansprakelijk wanneer bijvoorbeeld een goed geïnstrueerde kok zich snijdt aan de snijmachine waarbij hij zelf onvoorzichtig is geweest. Als er juiste instructies over de machine zijn gegeven en deze er ook naast hangen, en de kok is gediplomeerd, dan mag u ervan uitgaan dat de kok weet hoe hij met deze machine om moet gaan. In dat geval kan er al gauw sprake zijn van onvoorzichtigheid waarvoor u niet aansprakelijk bent.

Bedrijfsongeval? Wat moet u doen?
Als er sprake is van een bedrijfsongeval of wanneer u aansprakelijk wordt gesteld, dan zijn er een aantal stappen die u moet ondernemen. Zo wordt er een onderzoek gedaan door de arbeidsinspectie en er moet een onderzoek vanuit uw bedrijf zelf worden verricht. Uiteindelijk past u hierop uw risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) op aan.

Melden bij de arbeidsinspectie
Bij ernstige arbeidsongevallen bent u verplicht om de Arbeidsinspectie in te schakelen. Een ongeval is ernstig als:

  • Een werknemer naar het ziekenhuis moet en daar wordt opgenomen 

  • Een werknemer door het ongeluk blijvend invalide wordt

  • Een werknemer overlijdt

De arbeidsinspectie onderzoekt de toedracht van het ongeval en bepaalt vervolgens of u nalatig bent geweest en al dan niet beboet moet worden. Ook als later blijkt dat er alsnog sprake is van een ziekenhuisopname of blijvend letsel dat in verband kan worden gebracht met het ongeval, dient u ook direct een melding te doen bij de arbeidsinspectie.

Zelf onderzoek doen
Het is altijd verstandig zelf onderzoek in te stellen als een werknemer een ongeluk krijgt op het werk. U kunt dit ongeval onderzoek zelf doen, maar bijvoorbeeld ook laten uitvoeren door uw Arbodienst. Dit onderzoek is vooral bedoeld om soortgelijke ongelukken in de toekomst te voorkomen. Neem in dit onderzoek ook zeker mee hoe de BHV is verlopen. 

KHN adviseert
Wanneer er in uw zaak een bedrijfsongeval plaatsvindt, dan is het verstandig om juridische bijstand in te schakelen en contact op te nemen met een goede jurist. KHN Juridisch Advies kan u hierbij helpen. Voor alle juridische vragen kunnen KHN-leden gratis contact opnemen met de afdeling Info & Advies via 0348 489 411. De medewerkers van Info & Advies maken een eerste inschatting en beoordelen of gespecialiseerd advies van KHN Juridisch Advies nodig is. In dat geval brengen zij u in contact met een juridisch adviseur. Een e-mail sturen kan ook via khnadvies@khn.nl.

Wat moet er in een calamiteitenplan staan?

In een bedrijf kunnen er onverhoopt noodsituaties ontstaan. In zulke gevallen is het belangrijk om te weten welke maatregelen getroffen moeten worden om de medewerkers, gasten en jezelf in veiligheid te brengen. Dit wordt beschreven en vastgelegd in een calamiteitenplan of bedrijfsnoodplan.

 

Inhoud plan
In het calamiteitenplan moeten onder andere staan: 

  • Namen plus telefoonnummers van bhv'ers
  • Alle alarmnummers
  • Waar de blus- en EHBO-middelen aanwezig zijn
  • Hoe het instrueren van het personeel in zijn werk gaat
  • Wie actie neemt tot ontruimen
  • Wie de calamiteit meldt bij de hulpinstanties
  • Waar noodkaarten en plattegronden zich bevinden
  • Wat te doen bij een bommelding, terreuracties, ordeverstoringen en dergelijke

Het komt erop neer dat een calamiteitplan moet bestaan uit: instructies, een instructieplan, alarmering, de verzamelplaats en tekeningen.

Verplicht bhv'er aanstellen
Verder bepaalt de Arbowet dat je verplicht bent om - naast het hebben van een calamiteitenplan- een bhv’er aan te stellen. U vindt hier meer informatie over de regels voor bhv’ers.

Vragen?
Wilt u meer weten? Neem dan contact op met de adviseurs van KHN Advies via 0348 48 94 89 of per mail: khnadvies@khn.nl.

Zijn mijn medewerkers verplicht om gehoorbescherming te dragen?

In de horeca zijn geluiden van 100 decibel heel gewoon. Dat geluidsniveau kan zonder bescherming binnen 10 minuten al voor gehoorschade zorgen. Wat kun je doen om gehoorschade bij  gasten én medewerkers te beperken? KHN geeft advies.

Bij geluidsniveaus boven de 85 dB(A) zijn jouw medewerkers verplicht gehoorbeschermers te dragen. Je moet erop toezien dat dit ook daadwerkelijk gebeurt.

Het geluid van een kettingzaag of een helikopter van dichtbij, dat is ongeveer het geluidsniveau waar medewerkers en gasten in cafés, bars en discotheken mee te maken hebben. Als je oren veel hard geluid te verduren krijgen dan kan dat leiden tot (tijdelijk) gehoorverlies, oorsuizingen of pieptonen. Als dit maar af en toe gebeurt, dan kan het oor zich in principe redelijk herstellen. Maar wanneer de blootstelling aan lawaai vaker en langer duurt, kunnen de oren niet herstellen met mogelijk blijvende gevolgen.

Wat zegt de wet?

Er is in Nederland geen speciale wetgeving voor geluidsniveaus binnen het horecabedrijf. Wel zijn er algemene Arbo-regels waarin grenzen zijn bepaald voor blootstelling van geluid aan medewerkers. Ook zijn er gemeentelijke regels voor het voorkomen van geluidsoverlast buiten het horecabedrijf. Er zijn afspraken gemaakt met verschillende festivals en poppodia, die zijn vastgelegd in het Convenant Preventie Gehoorschade. KHN is geen partij in dit convenant. Onze achterban is te divers om ons te conformeren aan standaardeisen voor iedereen. Hoewel er niks speciaals in de wet is geregeld, is het natuurlijk wel verstandig om gehoorschade bij medewerkers en gasten te voorkomen.

Wat kun je doen?

  • Oordopjes!
    Medewerkers die werken in een omgeving waar het geluidsniveau hoger is dan 80 decibel, moeten van hun werkgever gehoorbeschermers aangeboden krijgen die voldoende bescherming bieden. Zorg dus dat jouw medewerkers oordoppen dragen als de muziek of het omgevingsgeluid harder is dan 80 decibel. Let op de verschillen tussen oordopjes. Goede oordoppen hebben een minimale demping van 17 SNR (Signaal-ruisverhouding). Deze oordopjes beschermen het gehoor tegen schade, maar zorgen ervoor dat jouw medewerker de gasten goed kan verstaan en de muziek nog goed hoort. Let op! De Arbeidsinspectie controleert! Als je deze oordopjes niet beschikbaar stelt, riskeer je een boete van 450 euro per geval.
  • Controleer!
    Let erop dat medewerkers de oordopjes ook daadwerkelijk dragen. Doen zij dit niet, dan lopen zowel jij als jouw medewerkers kans op een boete van de Arbeidsinspectie van 450 euro.
  • Gehooronderzoek
    Om beginnende gehoorschade vroegtijdig te signaleren ben je volgens de Arboregels verplicht om medewerkers de mogelijkheid te bieden voor een periodieke gehoortest (minimaal één keer per vier jaar).
  • Zet de afspraken op papier 
    Je moet de blootstelling van medewerkers aan schadelijk geluid opnemen in uw risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE). Daarbij hoort een plan van aanpak (PVA) waarin je aangeeft welke maatregelen je neemt om het geluid op de werkplek terug te dringen.
  • Positie van boxen
    Zorg ervoor dat het geluid uit de geluidsboxen zo veel mogelijk geconcentreerd wordt op de ruimte die daarvoor bedoeld is en dat jouw medewerkers niet pal naast een box werkzaamheden verrichten.

Meer weten? Vragen?

Kijk op khn.nl/beschermjegehoor voor meer informatie om medewerkers te beschermen. Of neem contact op met de adviseurs van KHN Advies via 0348 48 94 89 of mail naar khnadvies@khn.nl.

Terug
Tools
Cursussen
Ledenvoordelen
Wat vindt KHN