Veiligheid

KHN streeft naar gezond ondernemerschap binnen een veilige omgeving waarbij de veiligheid van gast, werknemer en ondernemer is gewaarborgd.

Nieuws

KHN blij met aanpak burgemeester Delft na geweldsincident

03-07-2018
-

Vrijdag 29 juni jl. besloot de burgemeester van Delft, Marja van Bijsterveldt, dat het horecabedrijf Sis & Is na een sluiting van ruim twee weken, weer open mag. KHN is blij dat de burgemeester van Delft snel duidelijkheid heeft gegeven in deze zaak.

KHN blij dat Suzy Wong weer open mag, maar noodfonds nu dringend nodig!

11-06-2018
-

KHN vindt het terecht dat Suzy Wong in Amsterdam weer open mag. Nu moet dit horecabedrijf gecompenseerd worden uit een noodfonds voor alle schade die zij door de sluiting hebben geleden.

Club Blu wint kort geding en mag weer open!

07-06-2018
-

Club Blu mag van de rechter weer open. KHN vindt dat horecazaken die dicht moeten, maar niets te verwijten valt, gecompenseerd moeten worden uit een noodfonds.

KHN stuurt brief met oproep noodfonds horeca naar kabinet

05-06-2018
-

KHN licht haar zorgen en de oproep voor een noodfonds toe in brief aan ministers

KHN pleit voor noodfonds horecazaken na gedwongen sluiting vanwege geweldsincident

22-05-2018
-

KHN luidt de noodklok voor horecabedrijven die op last van de burgemeester gesloten zijn nadat er een geweldsincident bij hun zaak heeft plaatsgevonden

Vraag & antwoord

Moet u uw RI&E laten toetsen door een arbodeskundige?

Een Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) is verplicht voor ieder bedrijf dat medewerkers in dienst heeft. Moet u deze laten toetsen door een arbodeskundige? En wie controleert of er een RI&E is? Moet u ieder jaar uw RI&E aanpassen? KHN geeft antwoord.

Wanneer u minder dan 25 medewerkers in dienst heeft, en gebruik maakt van de erkende RIE die beschikbaar is op www.rie.nl/instrumenten/horeca dan hoeft u uw Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) niet meer afzonderlijk te laten toetsen door een arbodeskundige. 

U herkent de goedkeuring aan het RI&E erkenningsicoontje:

Vijf stappen

Ieder bedrijf met medewerkers in dienst moet een RI&E hebben. Het opstellen van een RI&E is één van de belangrijkste verplichtingen voor een werkgever uit de Arbowet. Kort gezegd zijn er vijf stappen; het inventariseren en evalueren van de risico’s, het schrijven van een plan van aanpak, het toetsen van de RI&E door een arbodeskundige en vervolgens uw medewerkers informeren over de inhoud van de RI&E.

Controle RI&E

De Inspectie SZW controleert of er een actuele RI&E aanwezig is, of dit de erkende versie is en of uw medewerkers op de hoogte zijn van de inhoud van de RI&E. Het niet hebben van een RI&E leidt op dit moment niet direct tot een boete. U krijgt eerste drie maanden de tijd om alsnog een RI&E op te stellen en te laten toetsen.

RI&E Horeca

Heeft u nog geen RI&E? U kunt via deze link een RI&E Horeca opstellen.

Moet u uw RI&E elk jaar aanpassen?

In de arbowet is niet opgenomen hoe vaak een RI&E moet worden aangepast. U moet uw RI&E aanpassen als er iets in de bedrijfsvoering verandert of als de werkomstandigheden daar aanleiding toe geven. Bijvoorbeeld bij een ingrijpende verbouwing, een wijziging in taken van werknemers, andere machines (in de keuken bijvoorbeeld) of uitbreiding van uw diensten. U moet ervoor zorgen dat uw RI&E en bijbehorende plan van aanpak altijd actueel en getoetst is.

Checklist gezondheidsrisico’s

Heeft u voor ten hoogste 40 uur per week personeel in dienst, inclusief medewerkers die u inleent via derden? Dan hoeft u geen volledige RI&E te hebben, maar kunt u volstaan met de checklist gezondheidsrisico’s. In tegenstelling tot de RI&E hoeft de checklist gezondheidsrisico’s niet getoetst te worden. De checklist gezondheidsrisico’s kunt u hier downloaden.

Vragen?

Heeft u nog vragen over RI&E? Mail naar Info & Advies of bel naar 0348 48 94 11 (tussen 08.30 en 17.00 uur).

Moet u uw elektrische installaties periodiek laten keuren?

Bent u verplicht om elektrische installaties zoals uw airconditioning, keukenapparatuur en verlichting regelmatig te laten keuren? Wie moet de inspectie uitvoeren? En hoe vaak moet dit plaatsvinden? KHN geeft antwoord!

 

Wanneer u een verzekering afsluit, is het van belang om de polisvoorwaarden goed door te nemen. Verzekeraars leggen namelijk altijd bepaalde preventiemaatregelen op. Dit zijn bepaalde maatregelen die u moet nemen om de risico’s zo veel mogelijk te beperken. Een van die preventievoorschriften die u van de meeste verzekeraars moet treffen, is de verplichting om de elektrische installaties conform de NEN-bepalingen periodiek te laten inspecteren. 

Let op uw polisvoorwaarden 

Voldoet u niet aan de de polisvoorwaarden van uw verzekering, dan loopt u het risico dat uw verzekeraar niet uitkeert als u bijvoorbeeld brand heeft gehad. Zorg er daarom voor dat u op de hoogte bent van de inhoud van de polisvoorwaarden. Let daarbij onder meer op de volgende zaken:  

  1. Controleer hoe vaak uw elektrische installaties geïnspecteerd moeten worden. Meestal is dit iedere 3 tot 5 jaar.
  2. Controleer of uw verzekeraar aanvullende eisen stelt aan het inspectiebedrijf. Zo kan het voorkomen dat het inspectiebedrijf aangesloten moet zijn bij een branchevereniging. Een ander veelvoorkomende voorwaarde is dat het inspectiebedrijf is gecertificeerd.
  3. Meestal eisen polisvoorwaarden dat de inspectie voldoet aan de NEN-normen. NEN 1010 gaat over de veiligheidsvoorschriften bij laagspanningsinstallaties en NEN 3140 gaat over de manier waarop de elektrische installatie dient te worden geïnspecteerd. Blijkt uit de inspectie dat er iets aangepast of veranderd moet worden, zorg er dan voor dat u dit advies opvolgt.
  4. Bewaar de inspectierapporten.

KHN Zekerheidspakket

Met het KHN Zekerheidspakket bent u voor alle meest voorkomende schades verzekerd. Het pakket bestaat uit exclusieve dekkingen specifiek gericht op de risico's die u als ondernemer in de horeca loopt. Meer weten? Kijk op khnverzekeringen.nl.

Vragen? 

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met de adviseurs van Info & Advies via 0348 48 94 11 of per mail: khnadvies@khn.nl.

Beeld: Uneto-Vni

Hoe voldoet uw horecabedrijf aan de gestelde brandveiligheidseisen?

Hoe zorgt u ervoor dat uw horecabedrijf voldoet aan de gestelde brandveiligheidseisen? Aan welke richtlijnen en voorschriften moet u zich houden? KHN geeft advies.

Concrete richtlijnen en voorschriften met betrekking tot brandveiligheid zijn geregeld in het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening.

Aanvullende voorschriften

Naast het bouwbesluit zijn er per gemeente aanvullende voorschriften en richtlijnen opgesteld in de zogenaamde gemeentelijke bouwverordening. Hierin wordt naast het 'brandveilig bouwen' ook het 'brandveilig gebruik' geregeld. Men moet daarbij onder meer denken aan de volgende zaken:

  • Plaatsing van gebouwen ten opzichte van elkaar
  • Bereikbaarheid van brandweervoertuigen
  • Beschikbaarheid van bluswater
  • Aanwezigheid, inrichting en instandhouding van een brandmeldinstallatie en ontruimingsinstallatie
  • Maximale aantal personen dat in relatie tot de bouwkundige en niet-bouwkundige eisen in een gebouw of een gedeelte daarvan aanwezig mag zijn
  • Inrichting van een gebouw

Wanneer gebruiksmelding?

Landelijk is het verplicht om een gebruiksmelding te doen als meer dan 50 bezoekers in een gebouw of bouwwerk tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn. Voor een hotel geldt deze verplichting al als aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig onderdak wordt verschaft. De voorwaarden in deze vergunning worden op maat gesneden door de brandweer. De vergunning heeft een zaakgebonden karakter. De feitelijke exploitant van het gebouw dient de aanvraag hiervoor in.

Controle brandweer

Na een melding kan de gemeente of de brandweer komen controleren of het gebruik van het bouwwerk aan de algemene eisen van het bouwbesluit 2012 en eventuele opgelegde nadere eisen voldoet. De controle kan plaatsvinden voordat het gebouw in gebruik wordt genomen of ook daarna.

De gemeente heeft de bevoegdheid om controles uit te laten oefenen en handhavend op te treden en kan in voorkomende gevallen de eigenaar of exploitant aanschrijven als het bouwwerk niet (meer) voldoet aan de technische bouwvoorschriften of de in de gebruikersvergunning gestelde eisen voor het brandveilig gebruik.

Vragen?

Als u een specifieke vragen heeft over uw horecabedrijf en wat de specifieke eisen zijn in uw gemeente, kunt u de brandweer hiervoor om advies vragen.

Hoe vaak moet u uw brandblusmiddelen laten controleren?

Hoe vaak moet u volgens de wet uw brandblusser laten controleren? En is er een verschil tussen het type blusmiddel? KHN geeft antwoord en advies.

Er wordt in de wet onderscheid gemaakt tussen draagbare en verrijdbare blusmiddelen en brandslanghaspels en pompinstallaties. Als u wettelijk verplicht bent om deze middelen in uw bedrijf te hebben, moet u deze middelen periodiek en adequaat onderhouden en laten keuren. Als ondernemer moet u in ieder geval zelf in de gaten te houden dat de blusmiddelen nog aanwezig zijn én goed bereikbaar zijn.

Draagbare en verrijdbare blusmiddelen
Draagbare en verrijdbare blusmiddelen, zoals een handblusser, moeten tegenwoordig minimaal eens per twee jaar gecontroleerd te worden door een deskundige. Dit schrijft de wet voor. Er zijn echter brand- en opstalverzekeringen die jaarlijkse controle van deze blusmiddelen voorschrijven. Kijk dus altijd uw polisvoorwaarden na of neem contact op met uw verzekeringsadviseur.

Vaste blusmiddelen
Vaste blusmiddelen, zoals een brandslanghaspel, moeten minimaal jaarlijks te worden gecontroleerd door een deskundige. Hierbij wordt niet alleen de werking van het blusmiddel gecontroleerd, maar ook de werking van de keerklep en het risico op legionella.

Met KHN korting op brandblusmiddelen
Leden van KHN ontvangen tot 40% korting op brand- en beveiligingsproducten van Chubb Fire & Security. Bekijk hier uw korting!

Vragen?
Wilt u meer weten? Neem dan contact op met de adviseurs van Info & Advies via 0348 48 94 11 of per mail: khnadvies@khn.nl.

Mag u een bewakingscamera in uw bedrijf plaatsen?

Waar moet u op letten als u een camera in uw bedrijf plaatst? Aan welke voorwaarden moet u denken? Waar mag u de beelden voor gebruiken? KHN geeft antwoord!

Het inzetten van bewakingscamera’s is toegestaan als dit noodzakelijk is. Het doel moet niet op een andere manier kunnen worden bereikt met een minder ingrijpend middel. Het inzetten van bewakingscamera’s staat op gespannen voet met de privacy van uw medewerkers. Uw bedrijfsbelang moet daarom opwegen tegen het privacybelang van uw medewerkers. U moet ervoor zorgen dat de inbreuk op de privacy van uw medewerkers zo klein mogelijk is. Zo mag u bijvoorbeeld geen camera’s ophangen in de omkleedruimte van uw personeel. 

Doel
Er moet sprake zijn van het inzetten van bewakingscamera’s om een van de volgende redenen:

  • Bescherming van de veiligheid en gezondheid van personen
  • Beveiliging van toegang tot gebouwen en terreinen
  • Bewaking van zaken die zich bevinden in de gebouwen of terreinen
  • Controle op productieproces
  • Vastleggen van incidenten

Informeren 
U moet het cameratoezicht melden bij het CBP, tenzij u hiervan bent vrijgesteld. Wanneer u uw camera’s duidelijk zichtbaar inzet en gebruikt op de voorgeschreven wijze, hoeft u het cameratoezicht niet te melden.

Let op!
De bewakingscamera’s zijn bedoeld voor een van bovengenoemde doeleinden. Dit betekent dat u de camerabeelden niet kunt gebruiken om uw medewerkers aan te spreken op hun functioneren.

Melden?
Wanneer u een ondernemingsraad of een personeelsvertegenwoordiging heeft, dient u toestemming te vragen om de camera’s in te zetten. Daarnaast dient u uw medewerkers en gasten te informeren dat u gebruikmaakt van bewakingscamera’s. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door borden op te hangen in uw bedrijf. Bovendien is het aan te raden om de inzet van bewakingscamera’s op te nemen in uw huisregels voor het personeel.

Korting op horecapakketten camerabewaking en inbraakalarm
Als lid van KHN krijgt u veel korting op de All-Right Security horecapakketten voor camerabewaking en inbraakalarm.

Vragen?
Neem contact op met de adviseurs van de Info & Advies via 0348 48 94 11 of mail naar khnadvies@khn.nl.

Bent u aansprakelijk voor diefstal van gasteneigendommen uit uw garderobe?

In veel horecabedrijven hangt er in de garderobe een bordje waarop staat dat de directie niet aansprakelijk is bij diefstal of vermissing van kledingstukken. Mag dat? KHN geeft antwoord.

Als een gast zijn jas afgeeft bij een betaalde en bewaakte garderobe ontstaat een overeenkomst van bewaarneming. U bent dan verantwoordelijk voor de in bewaring gegeven jas. U bent dan verplicht om zorgvuldig om te gaan met hetgeen aan u in bewaring is gegeven.

Aansprakelijk?

Afhankelijk van de vraag hoever uw zorgvuldigheid gaat, kunt u door de gast aansprakelijk worden gesteld voor de schade veroorzaakt door verlies of diefstal.

Gratis garderobe

Is uw garderobe gratis en ook niet verplicht dan hangt het van de situatie af wie aansprakelijk is. In de meeste gevallen is er dan geen sprake van een overeenkomst van bewaarneming tussen u en de gast. Het risico van verlies of diefstal is in dat geval voor rekening van de gast.

Als een gast verplicht is om zijn jas af te geven ligt de zaak anders. Het maakt dan ook niet uit of men wel of niet heeft betaald voor het gebruik van de garderobe en u kunt dan door de gast aansprakelijk gesteld worden voor de schade.

Wat kunt u nu doen om de schade te beperken?

  1. Hang altijd duidelijk zichtbaar een bordje boven uw garderobe waarop u aansprakelijkheid afwijst. Het is niet zo dat u door het ophangen van zo'n bordje met zekerheid alle aansprakelijkheid kunt uitsluiten, maar gasten zullen door dit bordje eerder twijfelen of zij u aansprakelijk kunnen stellen. Daarnaast zet het uw gasten aan het denken over de waarde van de eigendommen die ze bij de garderobe achterlaten. Indien uw garderobe bewaakt is, of indien u de jassen van uw gasten in de zaal aanneemt om ze vervolgens elders op te hangen, valt aansprakelijkheid praktisch niet uit te sluiten (ook al hangt u een bordje op). In een café waar de gast de jas bij binnenkomst zelf in de gang ophangt, kàn de kwestie weer anders liggen. In alle gevallen wordt echter van u verwacht dat u uiterste zorgvuldigheid betracht.

  2. Op het bordje moet staan: 'De directie is niet aansprakelijk voor diefstal of verlies van uw eigendommen.' Een bordje waarop staat dat de directie zich niet aansprakelijk stelt voor het verlies van eigendom is fout. U stelt zichzelf immers niet aansprakelijk; dat doet de gast!

  3. Laat de kwestie door uw verzekering oplossen. U voorkomt hiermee dat u met uw gast in conflict komt over de waarde van de verloren goederen en de hoogte van de vergoeding. Uw verzekeraar is immers een expert op het gebied van het bepalen van de hoogte van de vergoeding en de mate van aansprakelijkheid.

  4. Vraag ook altijd naar de aankoopbon van het vermiste goed. Zo kunt u voorkomen dat u een te hoge vergoeding betaalt. Geef aan dat, indien de gast het bonnetje niet kan tonen, u niet de nieuwwaarde van de jas kunt vergoeden.

  5. In sommige situaties is het erg moeilijk om nu te bepalen wie aansprakelijk is voor de diefstal. Om nu beide partijen enigszins tegemoet te komen zonder dat u de volledige schade moet vergoeden, kunt u wellicht overwegen (een deel van) het zojuist door de gasten genoten diner niet in rekening te brengen en de kwestie daarmee op te lossen.

  6. Een gast behoort u te waarschuwen indien de goederen die hij in bewaring geeft een buitensporige waarde hebben. Waarschuwt de gast u niet, dan hoeft u niet altijd gehouden te zijn de hele schade te vergoeden.

Wat moet ik doen als er zich in mijn bedrijf een bedrijfsongeval voordoet?

Als werkgever moet u uw medewerkers een veilige werkplek bieden. Maar wat als er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een ongeluk gebeurt? Wanneer bent u aansprakelijk? KHN geeft antwoord.

U bent wettelijk verplicht om te zorgen voor een veilige werkomgeving. De werkplek van uw medewerkers moet u zo inrichten en onderhouden dat zij veilig hun werk kunnen uitvoeren en tegen elk mogelijk gevaar zijn beschermd. Deze regels gelden niet alleen voor mensen in loondienst, maar ook voor uitzendkrachten.

Wanneer is er sprake van een bedrijfsongeval?
Wanneer uw werknemer te maken krijgt met een ongeluk op het werk. Bijvoorbeeld een ongeluk met een machine, van een trap valt, iets zwaars tilt of uitglijdt over een gladde vloer.

Wanneer bent u aansprakelijk?
Of u aansprakelijk bent voor het bedrijfsongeval, hangt af van verschillende factoren. Is het bedrijfsongeval veroorzaakt door een onveilige werkomgeving of een gebrek aan goede instructies en eventueel toezicht? Dan bent u aansprakelijk. U bent niet aansprakelijk wanneer bijvoorbeeld een goed geïnstrueerde kok zich snijdt aan de snijmachine waarbij hij zelf onvoorzichtig is geweest. Als er juiste instructies over de machine zijn gegeven en deze er ook naast hangen, en de kok is gediplomeerd, dan mag u ervan uitgaan dat de kok weet hoe hij met deze machine om moet gaan. In dat geval kan er al gauw sprake zijn van onvoorzichtigheid waarvoor u niet aansprakelijk bent.

Bedrijfsongeval? Wat moet u doen?
Als er sprake is van een bedrijfsongeval of wanneer u aansprakelijk wordt gesteld, dan zijn er een aantal stappen die u moet ondernemen. Zo wordt er een onderzoek gedaan door de arbeidsinspectie en er moet een onderzoek vanuit uw bedrijf zelf worden verricht. Uiteindelijk past u hierop uw risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) op aan.

Melden bij de arbeidsinspectie
Bij ernstige arbeidsongevallen bent u verplicht om de Arbeidsinspectie in te schakelen. Een ongeval is ernstig als:

  • Een werknemer naar het ziekenhuis moet en daar wordt opgenomen 

  • Een werknemer door het ongeluk blijvend invalide wordt

  • Een werknemer overlijdt

De arbeidsinspectie onderzoekt de toedracht van het ongeval en bepaalt vervolgens of u nalatig bent geweest en al dan niet beboet moet worden. Ook als later blijkt dat er alsnog sprake is van een ziekenhuisopname of blijvend letsel dat in verband kan worden gebracht met het ongeval, dient u ook direct een melding te doen bij de arbeidsinspectie.

Zelf onderzoek doen
Het is altijd verstandig zelf onderzoek in te stellen als een werknemer een ongeluk krijgt op het werk. U kunt dit ongeval onderzoek zelf doen, maar bijvoorbeeld ook laten uitvoeren door uw Arbodienst. Dit onderzoek is vooral bedoeld om soortgelijke ongelukken in de toekomst te voorkomen. Neem in dit onderzoek ook zeker mee hoe de BHV is verlopen. 

KHN adviseert
Wanneer er in uw zaak een bedrijfsongeval plaatsvindt, dan is het verstandig om juridische bijstand in te schakelen en contact op te nemen met een goede jurist. KHN Juridisch Advies kan u hierbij helpen. Voor alle juridische vragen kunnen KHN-leden gratis contact opnemen met de afdeling Info & Advies via 0348 489 411. De medewerkers van Info & Advies maken een eerste inschatting en beoordelen of gespecialiseerd advies van KHN Juridisch Advies nodig is. In dat geval brengen zij u in contact met een juridisch adviseur. Een e-mail sturen kan ook via khnadvies@khn.nl.

Wat moet er in een calamiteitenplan staan?

In een bedrijf kunnen er onverhoopt noodsituaties ontstaan. In zulke gevallen is het belangrijk om te weten welke maatregelen getroffen moeten worden om de medewerkers, gasten en uzelf in veiligheid te brengen. Dit wordt beschreven en vastgelegd in een calamiteitenplan of bedrijfsnoodplan.

 

Inhoud plan
In het calamiteitenplan moeten onder andere staan: 

  • Namen plus telefoonnummers van bhv'ers
  • Alle alarmnummers
  • Waar de blus- en EHBO-middelen aanwezig zijn
  • Hoe het instrueren van het personeel in zijn werk gaat
  • Wie actie neemt tot ontruimen
  • Wie de calamiteit meldt bij de hulpinstanties
  • Waar noodkaarten en plattegronden zich bevinden
  • Wat te doen bij een bommelding, terreuracties, ordeverstoringen en dergelijke

Het komt erop neer dat een calamiteitplan moet bestaan uit: instructies, een instructieplan, alarmering, de verzamelplaats en tekeningen.

Verplicht bhv'er aanstellen
Verder bepaalt de Arbowet dat u verplicht bent om - naast het hebben van een calamiteitenplan- een bhv’er aan te stellen. U vindt hier meer informatie over de regels voor bhv’ers.

Calamiteitenplan hotels
Kijk hier voor meer informatie over een calamiteitenplan bij hotels en een voorbeeld calamiteitenplan voor hotels.

Vragen?
Wilt u meer weten? Neem dan contact op met de adviseurs van Info & Advies via 0348 48 94 11 of per mail: khnadvies@khn.nl.

Zijn uw medewerkers verplicht om gehoorbescherming te dragen?

In de horeca zijn geluiden van 100 decibel heel gewoon. Dat geluidsniveau kan zonder bescherming binnen 10 minuten al voor gehoorschade zorgen. Wat kunt u doen om gehoorschade bij uw gasten én uw medewerkers te beperken? KHN geeft advies.

Bij geluidsniveaus boven de 85 dB(A) zijn uw medewerkers verplicht gehoorbeschermers te dragen. U moet erop toezien dat dit ook daadwerkelijk gebeurt.

Het geluid van een kettingzaag of een helikopter van dichtbij, dat is ongeveer het geluidsniveau waar medewerkers en gasten in cafés, bars en discotheken mee te maken hebben. Als je oren veel hard geluid te verduren krijgt dan kan dat leiden tot (tijdelijk) gehoorverlies, oorsuizingen of pieptonen. Als dit maar af en toe gebeurt, dan kan het oor zich in principe redelijk herstellen. Maar wanneer de blootstelling aan lawaai vaker en langer duurt, kunnen de oren niet herstellen met mogelijk blijvende gevolgen.

Wat zegt de wet?

Er is in Nederland geen speciale wetgeving voor geluidsniveaus binnen het horecabedrijf. Wel zijn er algemene Arbo-regels waarin grenzen zijn bepaald voor blootstelling van geluid aan medewerkers. Ook zijn er gemeentelijke regels voor het voorkomen van geluidsoverlast buiten het horecabedrijf. Er zijn afspraken gemaakt met verschillende festivals en poppodia, die zijn vastgelegd in het Convenant Preventie Gehoorschade. KHN is geen partij in dit convenant. Onze achterban is te divers om ons te conformeren aan standaardeisen voor iedereen. Hoewel er niks speciaals in de wet is geregeld, is het natuurlijk wel verstandig om gehoorschade bij uw medewerkers en uw gasten te voorkomen.

Wat kunt u doen?

  • Oordopjes!
    Medewerkers die werken in een omgeving waar het geluidsniveau hoger is dan 80 decibel, moeten van hun werkgever gehoorbeschermers aangeboden krijgen die voldoende bescherming bieden. Zorg dus dat uw medewerkers oordoppen dragen als de muziek of het omgevingsgeluid harder is dan 80 decibel. Let op de verschillen tussen oordopjes. Goede oordoppen hebben een minimale demping van 17 SNR (Signaal-ruisverhouding). Deze oordopjes beschermen het gehoor tegen schade, maar zorgen ervoor dat uw medewerker de gasten goed kan verstaan en de muziek nog goed hoort. Let op! De Arbeidsinspectie controleert! Als u deze oordopjes niet beschikbaar stelt, riskeert u een boete van 450 euro per geval.
  • Controleer!
    Let erop dat uw medewerkers de oordopjes ook daadwerkelijk dragen. Doen zij dit niet, dan lopen zowel u als uw medewerkers kans op een boete van de Arbeidsinspectie van 450 euro.
  • Gehooronderzoek
    Om beginnende gehoorschade vroegtijdig te signaleren bent u volgens de Arboregels verplicht om uw medewerker de mogelijkheid te bieden voor een periodieke gehoortest (minimaal één keer per vier jaar).
  • Zet de afspraken op papier
    U moet de blootstelling van uw medewerkers aan schadelijk geluid opnemen in uw risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE). Daarbij hoort een plan van aanpak (PVA) waarin u aangeeft welke maatregelen u neemt om het geluid op de werkplek terug te dringen.
  • Positie van boxen
    Zorg ervoor dat het geluid uit de geluidsboxen zo veel mogelijk geconcentreerd wordt op de ruimte die daarvoor bedoeld is en dat uw medewerkers niet pal naast een box werkzaamheden verrichten.

Meer weten? Vragen?

Kijk op khn.nl/beschermjegehoor voor meer informatie om uw medewerkers te beschermen. Of neem contact op met de adviseurs van Info & Advies via 0348 48 94 11 of mail naar khnadvies@khn.nl.

Terug